1 Koningen 22:18

SVToen zeide de koning van Israel tot Josafat: Heb ik tot u niet gezegd: Hij zal over mij niets goeds, maar kwaads profeteren?
WLCוַיֹּ֥אמֶר מֶֽלֶךְ־יִשְׂרָאֵ֖ל אֶל־יְהֹושָׁפָ֑ט הֲלֹוא֙ אָמַ֣רְתִּי אֵלֶ֔יךָ לֹֽוא־יִתְנַבֵּ֥א עָלַ֛י טֹ֖וב כִּ֥י אִם־רָֽע׃
Trans.wayyō’mer meleḵə-yiśərā’ēl ’el-yəhwōšāfāṭ hălwō’ ’āmarətî ’ēleyḵā lwō’-yiṯənabē’ ‘ālay ṭwōḇ kî ’im-rā‘:

Algemeen

Zie ook: Israël (koninkrijk)

Aantekeningen

Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Heb ik tot u niet gezegd: Hij zal over mij niets goeds, maar kwaads profeteren?


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֹּ֥אמֶר

Toen zeide

מֶֽלֶךְ־

de koning

יִשְׂרָאֵ֖ל

van Israël

אֶל־

tot

יְהוֹשָׁפָ֑ט

Jósafat

הֲ

-

לוֹא֙

niet

אָמַ֣רְתִּי

gezegd

אֵלֶ֔יךָ

Heb ik tot

לֽוֹא־

mij niets

יִתְנַבֵּ֥א

profeteren

עָלַ֛י

Hij zal over

ט֖וֹב

goed

כִּ֥י

maar

אִם־

-

רָֽע

kwaads


Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Heb ik tot u niet gezegd: Hij zal over mij niets goeds, maar kwaads profeteren?


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!