Psalm 18:1

SVVoor den opperzangmeester, [een psalm] van David, de knecht des HEEREN, die de woorden dezes lieds tot den HEERE gesproken heeft, ten dage, als hem de HEERE gered had uit de hand van al zijn vijanden, en uit de hand van Saul.
WLCלַמְנַצֵּ֤חַ ׀ לְעֶ֥בֶד יְהוָ֗ה לְדָ֫וִ֥ד אֲשֶׁ֤ר דִּבֶּ֨ר ׀ לַיהוָ֗ה אֶת־דִּ֭בְרֵי הַשִּׁירָ֣ה הַזֹּ֑את בְּיֹ֤ום הִֽצִּיל־יְהוָ֘ה אֹותֹ֥ו מִכַּ֥ף כָּל־אֹ֝יְבָ֗יו וּמִיַּ֥ד שָׁאֽוּל׃
Trans.lamənaṣṣēḥa lə‘eḇeḏ JHWH ləḏāwiḏ ’ăšer diber laJHWH ’eṯ-diḇərê haššîrâ hazzō’ṯ bəywōm hiṣṣîl-JHWH ’wōṯwō mikaf kāl-’ōyəḇāyw ûmîyaḏ šā’ûl:

Algemeen

Zie ook: Chiasme, David (koning), David (Psalmen van), Hand (lichaamsdeel), Saul (koning)

Auteur: De schrijver van deze psalm is David, zoals we in de titel kunnen zien.

Chiastische structuur Psalm 18:1-51

1 P van David (vs. 1)
2-4 A De HEERE is mijn rots en mijn burcht en mijn Bevrijder, mijn God, mijn rots, tot Wie ik de toevlucht neem, mijn schild en de hoorn van mijn heil, mijn veilige vesting (vs. 3) צ֭וּרִי
5-20    B Hij redde mij van mijn sterke vijand … omdat zij machtiger waren dan ik (vs. 18)
21-24       C De HEERE vergold mij naar mijn gerechtigheid; Hij gaf mij loon naar de reinheid van mijn handen (vs. 21) כְּצִדְקִ֑י
25-28       C’ Daarom gaf de HEERE mij naar mijn gerechtigheid, naar de reinheid van mijn handen vóór Zijn ogen (vs. 25) כְצִדְקִ֑י
29-46    B’ Ik vervolgde mijn vijanden … totdat ik hen vernietigd had (vs. 38)
47-51 A’ De HEERE leeft, en geloofd zij mijn rots, geroemd zij de God van mijn heil! (vs. 47) צוּרִ֑י

Deze Psalm staat ook in 2 Samuel 22.


Aantekeningen

Voor den opperzangmeester, [een psalm] van David, de knecht des HEEREN, die de woorden dezes lieds tot den HEERE gesproken heeft, ten dage, als hem de HEERE gered had uit de hand van al zijn vijanden, en uit de hand van Saul.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

לַ

-

מְנַצֵּ֤חַ׀

Voor den opperzangmeester

לְ

-

עֶ֥בֶד

den knecht

יְהוָ֗ה

des HEEREN

לְ

-

דָ֫וִ֥ד

van David

אֲשֶׁ֤ר

-

דִּבֶּ֨ר׀

gesproken heeft

לַ

-

יהוָ֗ה

tot den HEERE

אֶת־

-

דִּ֭בְרֵי

die de woorden

הַ

-

שִּׁירָ֣ה

dezes lieds

הַ

-

זֹּ֑את

-

בְּ

-

י֤וֹם

ten dage

הִֽצִּיל־

gered had

יְהוָ֘ה

als hem de HEERE

אוֹת֥וֹ

-

מִ

-

כַּ֥ף

uit de hand

כָּל־

-

אֹ֝יְבָ֗יו

van al zijn vijanden

וּ

-

מִ

-

יַּ֥ד

en uit de hand

שָׁאֽוּל

van Saul


Voor den opperzangmeester, [een psalm] van David, de knecht des HEEREN, die de woorden dezes lieds tot den HEERE gesproken heeft, ten dage, als hem de HEERE gered had uit de hand van al zijn vijanden, en uit de hand van Saul.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!