G10 Ἀβιούδ
Abiud
Taal: Grieks

Woordstudie

Komt 2x voor in de Bijbel.

Abiud, m van Hebreeuwse oorsprong אביהוד H00031;


Abiud = "mijn vader is majesteit" 1) de zoon van Bela en kleinzoon van Benjamin (1 Kron. 8:3)


Bronnen

Literatuur

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!