G43 ἀγκάλη
bocht
Taal: Grieks

Woordstudie

Komt 1x voor in de Bijbel.

agkale, zn. vr. van agkos (een bocht, "pijn");


1) de bocht of binnenhoek van de arm, de gebogen arm; 2) alles wat nauw ingesloten is, zoals b.v. de zeearmen, enz.;


Bronnen

Literatuur

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!