G50 ἀγνοέω
onwetend zijn, dwalen, ongelijk hebben, onbekend, niet weten
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 22x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

agno'eo, ww van α G00001 (als ontkennend voorvoegsel) en νοιέω G03539; TDNT - 1:115,18;


1) onwetend zijn, niet weten of kennen 2) niet te begrijpen, onbekend 3) dwalen of zondigen door vergissing, ongelijk hebben

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἀγνοέω, -ῶ (> ἁγνίζω), [in LXX for שׁגה H7686, שׁגג H7683, אשׁם H816, etc.;] 1. to be ignorant, not to know: absol., I Ti 1:13, He 5:2; c. acc., Ac 13:27 17:23, Ro 10:3, II Co 2:11; ἐν οἷς, II Pe 2:12; seq. ὅτι, Ro 2:4 6:3 7:1, I Co 14:38; οὐ θέλω ὑμᾶς ἀγνοεῖν, a Pauline phrase: c. acc., Ro 11:25; seq. ὑπέρ, II Co 1:8; περί, I Co 12:1, I Th 4:13. ὅτι, Ro 1:13, I Co 10:1 (for similar usage in π., V. MM, VGT, s.v.). Pass.: I Co 14:38, II Co 6:9, Ga 1:22. 2. not to understand: c. acc., Mk 9:32, Lk 9:45.†
Bronnen

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀγνόημα G51 "zonde in onwetendheid begaan"; Grieks ἄγνοια G52 "gebrek aan kennis, kennisgebrek, onwetendheid"; Grieks νοιέω G3539 "denken, bedenken";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Electronica algemeen