G770 ἀσθενέω
zwak, krachteloos zijn, ziek zijn
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 36x voor in 11 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

astheneo̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἀσθενέω, -ῶ (< ἀσθενής), [in LXX chiefly for כּשׁל H3782;] to be weak, feeble: Ac 20:35, Ro 8:3, II Co 11:21 12:10 13:4, 9; c. dat., πίστει (Cremer, 527), Ro 4:19 14:1; same implied, Ro 14:2, 21, I Co 8:11, 12, II Co 11:29; εἰς, II Co 13:3. Specif., of bodily debility, to be sick: Mt 25:36, 39, Lk 4:40, Jo 4:46 5:3, 7, 13 11:1-3, 6, Ac 9:37, Phl 2:26, 27, II Ti 4:20, Ja 5:14; οἱ ἀσθενοῦντες, the sick: Mt 10:8 (MM, s.v.), Mk 6:56, Lk 9:2, Ac 19:12.†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀσθένημα G771 "zwakte"; Grieks ἀσθενής G772 "zwak, ziekelijk, ziek";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Korting op je studieboeken