G2963 κυριότης
heerschappij, macht, gezag
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 4x voor in 4 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

kyrioti̱s̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

*† κυριότης, -ητος, ἡ (< κύριος), lordship, dominion: Eph 1:21, II Pe 2:10, Ju 8; pl., Col 1:16 (cf. Lft., Col 1:16; Mayor, Ju 8; DB, i, 616 f.).†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

κῡρι-ότης, ητος, ἡ,
  dominion, NT.Eph.1.21: in pl., NT.Col.1.16.
__2 later, concrete, authority, PMasp. 151.199 (6th c.AD), etc.
__II proper, legitimate use of a term, Damascius Philosophus “de Principiis” 306 ; = Latin proprietas, Dosith. p.376 K.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks κύριος G2962 "God, eigenaar, meester, bezitter";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs