H6965 קוּם
opstaan, staar
Taal: Hebreeuws

Onderwerpen

Staar,

Statistieken

Komt 627x voor in 36 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie


1) קָ֥מוּ עֵינָ֖יו  qāmû ‘ênāyw (1 Kon. 14:4) van iemand die slecht ziet of blind is, die lijdt aan staar.


Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

קוּם 628 vb. arise, stand up, stand Qal 1 arise 2 arise, in hostile sense (oft. with idea of suddenness) 3 arise, abs., = become powerful 4 arise = come on the scene, appear, of leader, prophet 5 arise for, i.e. to become 6 a arise for action b arise (out of inaction), introducing some specific deed c esp. arise = start, make a move, to go somewhere 7 stand Pi 1 fulfil 2 a confirm, ratify b confirm, establish c impose, an obligation Pō‛l. raise up Hithpō‛l. raise oneself, = rise up Hiph 1461 cause to arise, raise 2 a raise, set up, stones b erect, build c fig, of setting up law 3 raise up = bring on the scene 4 a raise up = rouse, stir up b instigate, build c fig, of setting up law 5 raise up = constitute 6 cause to stand Hoph. be raised up

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H6965 קוּם qûwm; a primitive root; to rise (in various applications, literal, figurative, intensive and causative) — abide, accomplish, × be clearer, confirm, continue, decree, × be dim, endure, × enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, × but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising).

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws אֲדֹנִיקָם H140 "Adonikam"; Hebreeuws אֲחִיקָם H296 "Achikam, Ahikam"; Hebreeuws אֶלְיָקִים H471 "Eljakim"; Hebreeuws אַלְקוּם H510 "wiens krijgsvolk met hem is, tegen te staan zijn"; Hebreeuws יְהוֹיָקִים H3079 "Jojakim"; Hebreeuws יְקוּם H3351 "alles wat bestaat, al wat bestond, al wat bestaat, alles wat bestond, alle have"; Hebreeuws יָקִים H3356 "Jakim"; Hebreeuws יְקַמְיָה H3359 "Jekamja"; Hebreeuws יְקַמְעָם H3360 "Jekameam, Jekamam"; Hebreeuws יׇקְמְעָם H3361 "Jokmeam"; Hebreeuws מָקוֹם H4725 "plaats, ruimte, mokum"; Hebreeuws עַזְרִיקָם H5840 "Azrikam"; Aramees קוּם H6966 "stand, set up, arise, establish, , rise up, set"; Hebreeuws קוֹמָה H6967 "gestalte, lengte, lang"; Hebreeuws קוֹמְמִיּוּת H6968 "upright"; Hebreeuws קִים H7009 "substance"; Hebreeuws קִימָה H7012 "rising up"; Hebreeuws קָמָה H7054 "stalk, corn, standing corn, grown up"; Hebreeuws קְמוּאֵל H7055 "Kemuel"; Hebreeuws קָמוֹן H7056 "Camon"; Hebreeuws תְּקוּמָה H8617 "stand"; Hebreeuws תְּקוֹמֵם H8618 "that rise up against thee";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel