Ziener
μαντεύομαι G3132 "ziener (optreden als)", חוֹזַי H2335 "zieners", חֹזֶה H2374 "ziener, sterren kijken, schouwers, sterren waarnemen", רָאָה H7200 "zien, verschijnen",

Zie ook: Profeet,

Iemand die in de toekomst kan kijken, al dan niet via een visioen.

Het verschil tussen een ziener en een profeet kan uitgelegd worden dat een ziener de goddelijke wil visionair aanschouwd, terwijl een profeet meer de goddelijk wil openlijk uitspreekt en verkondigd.

Inhoud

Bijbel

De profeet Amos wordt door de priester Amazia een ziener genoemd (Amos 7:12). Ook Samuel wordt een aantal keren een ziener genoemd (1 Kron. 26:28; 29:29).

De Woorden van Gad de Ziener is een verloren gegane tekst die geschreven is door de profeet Gad en vermeld wordt in 1 Kronieken 29:29 "De geschiedenissen nu van den koning David, de eerste en de laatste, ziet, die zijn geschreven in de geschiedenissen van Samuel, den ziener, en in de geschiedenissen van den profeet Nathan, en in de geschiedenissen van Gad, den ziener;"

Johannes wordt vaak, naar aanleiding van de visioenen die hij kreeg in Openbaring, ook de "ziener van Patmos" genoemd.


Terminologie

In 1 Kron. 29:29 wordt verschil gemaakt tussen de zieners en profeten: "De geschiedenissen nu van den koning David, de eerste en de laatste, ziet, die zijn geschreven in de geschiedenissen van Samuel, den ziener (רָאָה H7200), en in de geschiedenissen van den profeet (נָבִיא H5030) Nathan, en in de geschiedenissen van Gad, den ziener (חֹזֶה H2374);". Het Hebreeuws חֹזֶה H2374 ḥōzēh en חוֹזַי H2335 ḥwōzāy zijn beiden afkomstig van het woord חָזָה H2372 ḥazah "zien, (aan)schouwen". Een andere soortgelijke benaming is afgeleid van het werkwoord רָאָה H7200 "zien" (1 Sam. 9:9, 11, 18-19; 2 Sam. 15:27; 1 Kron. 9:22).

Het Grieks μαντεύομαι G3132 manteyomai (Hand. 16:16), iemand die een orakel kan geven.



Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!