Wonderboom
קִיקָיוֹן H7021 "wonderboom, Ricinus communis",

Zie ook: Beeldbank, Artikelen Blog, Planten / Flora,

De Wonderboom (Ricinus communis, Hebreeuws קִיקָיוֹן H7021), een plant uit de familie van de Euphorbiaceae (Wolfsmelkfamilie).

Inhoud

Bijbel

De wonderboom wordt genoemd in de geschiedenis van Jona (Jona 4:6ev.), als hij die gebruikt voor de schaduw om van een afstand de vernietiging van Nineve te bekijken.

In Jona 4:7 wordt gesproken over de Wonderboom (Ricinus communis) welke in een nacht wordt opgegeten door een worm. De meeste commentaren gaan hieraan voorbij of stellen slechts dat de Wonderboom hier bijzonder vatbaar voor is, nergens wordt in de commentaren echter gesteld om wat voor dier het ging.

De Ricinus communis is een van de meest giftige plantsoorten die in de Bijbel wordt genoemd. In de literatuur wordt vele malen verwezen hoe deze plant gebruikt kan worden als natuurlijk gif tegen allerlei ongedierte als termieten, insecten, muizen en ratten. Het gif van 15-20 zaden is reeds dodelijk (5-6 reeds voor kinderen), dit lijkt veel maar het gaat om slechts een paar milligram!!. Lange tijd is de vraag dan ook geweest wat voor een bijzondere worm dit geweest kan zijn.

Dr. Günter C. Müller en Prof. Yosef Schlein hebben onderzoek hier naar gedaan en ontdekten dat de nachtvlinder Olepa schleini in zeer korte tijd de metershoge ricinusstruiken kan vernietigen. Tijdens het laboratoriumonderzoek bleek dat de rups op de giftige Ricinus leven kan, lichtschuw is en alleen 's nachts eet. Zoals Müller zei, is "tot nu toe geen enkel dier bekend geweest, dat deze plant eet. ... Ik ben verrast, hoe nauwkeurig de rups in de Bijbel beschreven werd".


Terminologie

Heeft verschillende betekenissen in de diverse vertalingen: LXX (kolucunti, "komkommer"), Vulgaat hedera, NV, NBG, SV, GNB96 wonderboom, King James AV gourd (foutief van פַּקֻּעָה H6498 "kolokwint"), NetBible kleine plant. De laatste vertaling zich baserend op de verkleinende uitgang וֹן- -on.

De naam Wonderboom dankt de snelgroeiende plant aan de Bijbel (W.F. Daems, Geneeskruiden, van giftplant tot geneesmiddel, p. 86). Andere benamingen zijn helsche vijg, kruisboom, mollenkruid, palma Christi en purgeernoten (WNT, lemma Wonderboom)

Ricinus, bekende Latijnse benaming van den Wonderboom (WNT, lemma Ricinus).


Botanie

Taxonomische indeling
  • Rijk: Plantae  (Planten)
    • Superdivisie: Spermatophyta
      • Divisie: Angiospermae
        • Klasse: Dicotyledoneae
          • Familie: Euphorbiaceae
            • Geslacht: Ricinus
              • Soort: Ricinus communis (Wonderboom)

Deze eenjarige plant kan in korte tijd tot 4 meter hoog worden, de stengel is stijfrecht en kaal. De bladen staan spiraalsgewijs; ze zijn lang gesteeld, handvormig gedeeld. De bloeiwijze is eindstandig, onder de mannelijke bloemen op een hoop, de vrouwelijke kort gesteelde bloemen daarboven. De plant bloeit van augustus tot in oktober. De vrucht is een 3-voudige doosvrucht met 3 grote gemarmerde zaden.

De zaden bevatten een zeer vergiftige eiwitachtige stof ricine; het doet o.a. het bloed stollen, verlamt het vasomotorencentrum en het ademhalingscentrum. Toxische verschijnselen zijn nierontsteking, uraemie en storingen in de bloedsomloop. Het gif van 15-20 zaden is reeds dodelijk (5-6 reeds voor kinderen). Tegenwoordig worden de uitgeperste zaden vaak gebruikt als muizen- en rattenvergift.

.


Verspreidingsgebied

Komt oorspronkelijk uit Afrika en wordt in Europa als cultuurplant gekweekt. Komt tegenwoordig in geheel Israël voor.


Geschiedenis

De wonderboom was al bekend bij Herodotus (4de eeuw voor C.), hij noemde de plant kiki, en vermeld dat de olie van de plant door de Egyptenaren werd gebruikt. In Egyptische graftombes zijn inderdaad zaden van de wonderboom gevonden. Ook Strabo maakt melding dat de olie van de kiki in Egypte gebruikt werd in lampen en voor smeersels. In de Papyrus Ebers (± 1500 v.C.) wordt de plant onder de naam kiki genoemd en de zaden aanbevolen als purgeermiddel. Theophrastus en Dioscorides in de 1ste eeuw beschrijven de plant en de laatste geeft een verslag van het proces om de olie te winnen, en verteld erbij dat deze niet geschikt is voor inwendig gebruik maar uitsluitend uitwendig moet worden toegepast. Verder vermeldt hij dat de zaden extreem laxerend werken, dit wordt ook beschreven door Plinius de Oudere. Gedurende de Middeleeuwen wordt de olie in Europa als medicijn toegepast. Albertus Magnus zou de plant zelfs hebben gekweekt in het midden van de 13de eeuw. Later raakte de plant in onbruik, waarschijnlijk gebeurde er toch teveel ongelukken mee. In de 18de eeuw is het gebruik zo goed als uitgestorven in Europa. Verder heeft de plant ook een lange geschiedenis als vergiftigingsmiddel.

Plinius beweert, dat de plant zijn naam heeft naar de schapeteek, die in het latijn ricinus heet. De zaden lijken op dat insect.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!