Trouwen
γαμέω G1060 "huwen, trouwen, uithuwelijken", ἐκγαμίζω G1547 "uithuwelijken, trouwen", ἐκγαμίσκω G1548 "uithuwelijken, trouwen", κτάομαι G2932 "verkrijgen, bezitten, verwerven (zich), trouwen (met een vrouw)", מֹהַר H4119 "bruidsschat",

Zie ook: Bruidsschat, Bruiloft, Echtscheiding, Hertrouwen, Huwelijk, Leviraatshuwelijk, Ondertrouw,

Bijbel

In de Bijbel wordt maar weinig beschreven over hoe het trouwen ging. Toch vinden we in deze schaarse vermeldingen toch hoe het normaal er toen aan toe ging. Hierbij moeten we rekening houden dat de rituelen in de loop der tijd zijn veranderd en dat bij de diverse vermeldingen het niet altijd om normale huwelijken ging.

Arrangement en bruidsschat

Een huwelijk werd geregeld door de ouders (Simson, Richt. 14:1-5) of door een zaakgelastigde van de ouders, zoals Eliëzer van Damascus bij Izak (Gen. 24), hierbij werd ook de bruidsschat, de mohar,  bepaald en overhandigd. De situatie bij Rebekka (Gen. 24:22) dat al direct aan haar dit werd gegeven is ongewoon en moet meer gezien worden als een soort hofmakerij wat het gewenste effect had (cf. vs. 30), want later zien we dat Eliëzer nog meer geeft (vs. 53). Jakob had geen mohar en werd bedrogen (Gen. 29:18-29) en moest daar uiteindelijk 14 jaar werken voor de bruidsschat.

Een bruidsschat bestond niet alleen uit goud, zilver of sieraden. Soms werd ook onroerend goed gegeven, een Egyptische farao gaf de stad Gezer als bruidsschat mee aan zijn dochter toen die trouwde met Salomo (1 Kon 9:16). Een bijzonder geval is de geschiedenis van Kaleb, die naast zijn dochter Achsa, als bruidsschat ook een stad geeft aan zijn toekomstige schoonzoon (Richt. 1:12-15) en is waarschijnlijke de enige in de geschiedenis dat de vader van een bruid ipv. de bruidegom een bruidsschat geeft.

Terwijl David voor Michal aan haar vader Saul 100 voorhuiden van Filistijnen als bruidsschat gaf (1 Sam. 18:25)

Volgens de Mozaische wet was iemand die een meisje had verkracht verplicht om direct de bruidsschat te betalen (Ex. 20:16). We zien dit terug als Hemor bij Jakob komt, als zijn zoon Sichem Dina heeft verkracht, om alsnog een huwelijk te regelen en vraagt wat naast de bruidsschat nog als geschenk werd verwacht (Gen. 24:11-12).

Bruidsschat

Ondertrouw

Als is afgesproken dat er getrouwd wordt en de bruidsschat is betaald, wordt er niet meteen getrouwd. Ze zijn dan in ondertrouw, wat te vergelijken is met verloofd zijn met dit verschil dat alleen onder zware omstandigheden nog dit verbroken kon worden. Dit is zelfs in de Mozaïsche wetgeving geregeld (Exod. 22:16; Deut. 20:7, 22:23-28, 28:30). Het eerste geval is David die Michal opeist omdat hij een bruidsschat heeft betaald (2 Sam. 3:14) en later bij Hosea waar God symbolisch in ondertrouw gaat met het volk Israël (Hos. 2:18-19).

Deze periode werd vaak de bruiloftstijd genoemd (Jer. 2:2).

In het Nieuwe Testament komen we het tegen bij Jozef en Maria (Mat. 1:19; Luk. 1:27, 34; 2:5).

Ondertrouw

Ophalen van de bruid

In Hooglied 3:7-10 zien we dat Salomo zijn bruid laat ophalen door zijn garde. Ook bij Rebekka zien we dat ze wordt opgehaald (Gen. 24) en direct na de betaling van de bruidsschat wordt meegenomen. In beide gevallen heeft dit stellig te maken met het zeker stellen dat de bruid niet wordt geschaakt, ontvoerd, of andere reden. Dat dit niet altijd goed gaat zien we terug bij Simson waar de man die zijn bruid had opgehaald later zelf met haar trouwde (Richt. 14:20).

Echter bij Simson zien we dat hij naar de bruid gaat en dat het feest daar wordt gevierd (Richt. 14), echter dit zal te maken hebben met het feit dat zij een Filistijnse was en de gewoonten hier anders waren, anders dat de Filistijnen nooit naar hun vijanden zouden zijn gegaan voor een bruiloft.

De bruiloft

In Johannes 2:1 lezen we dat een bruiloft op de "derde dag" wordt gehouden, waarmee de dinsdag wordt bedoeld. In de meeste commentaren lezen we dat bruiloften bij voorkeur op dinsdag werden gehouden omdat in de scheppingsverhaal op de derde dag tweemaal ki tov (het is goed) wordt gebruikt (Gen 1:9-13). Er zijn hier echter vraagtekens bij te stellen (zie Bruiloft)

Soms werd de bruidegom gekroond (Hoogl. 3:11) als bevestiging dat het huwelijk nu een feit is en had de betekenis dat de bruidegom als hoofd van het gezin, daarmee ook de taak op zich nam als priester. Hij had de plicht om zijn gezin ook geestelijk te leiden, hij had als taak om zijn vrouw en kinderen dicht bij God te houden. Hierbij is het opmerkelijk dat Salomo’s moeder hem via deze symbolische handeling erop wees, waaruit we mogen concluderen dat het niet alleen de taak van de vader is, maar ook van de moeder om de kinderen op te voeden en te wijzen op God.

Bruiloft

Bruiloftsfeest

Het bruiloftsfeest duurde meerdere dagen, vaak een week (Gen. 29:27-28) en werd gekenmerkt door feesten en vooral drinken. Daarnaast werd (om de tijd te doden) allerlei raadsels opgegeven (Richt. 14:12ev.), maar ook werd er gezongen en liefdespoëzie gereciteerd, een schitterende voorbeeld is Hooglied (het lied van de liederen) waarin diverse aspecten rondom het huwelijk werd bezongen.

Dag voor de bruiloftsnacht

In de Bijbel wordt henna (Lawsonia inermis) tweemaal genoemd, beide keren in Hooglied (1:14; 4:13). Henna wordt gebruikt voor tatoeages en bij veel culturen, waaronder de Joodse, is de hennanacht de dag voor de bruiloft een belangrijk ritueel en wordt al genoemd in een Ugaritsch legende van Baäl en Anath, waarbij Anath zich met henna bestrijkt. In de Bijbel wordt dit niet verder beschreven.

Bruiloftsnacht

De bruid wordt door de bruidegom naar de binnenste kamer van zijn moeder gebracht (Gen. 24:67 En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw), in Hooglied lezen we het tegenovergestelde "totdat ik Hem in mijner moeders huis gebracht had, en in de binnenste kamer van degene, die mij gebaard heeft" (Hoogl. 3:4), mogelijk dat dit te maken heeft met de huwelijksbevestiging. Andere vermeldingen vinden we in Psalm 19:6 en Joel 2:16.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!