Aap, Baviaan
קוֹף H6971 "aap", תֻּכִּי H8500 "baviaan, pauw",

Aap (Hebr. קף / קוף qowph) komt tweemaal voor in de Bijbel (1 Kon. 10:22; 2 Kron. 9:21), daarnaast komt in dezelfde verzen een ander woord תֻּכִּיִּים thukkiyyîm voor waarvan sommigen menen, op basis van de aanname dat Ofir in Afrika was, dat het een aap was (Albright, William F. Archaeology and the Religion of Israel. New York: Doubleday, 1968, p. 212, n. 16). Terwijl anderen Ofir in Indië situeren en denken dat het om een pauw gaat (Ellenbogen, Maximilian. Foreign Words in the Old Testament: Their Origin and Etymology. London: Luzac & Company, 1962, p. 165), of Gesenius die een afleiding ziet van het Malabar (z.w. India) tôgai of tôghai (Gesenius' Hebrew Grammar, §1.i) dat pauw betekent.



Baviaan


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!