Timna vallei

Zie ook: Beeldbank, Punon, Salomo (koning),

Timna vallei

Timna is een vallei en een wadi ten noorden van Eilat. Het gebied staat bekend om de oudst gevonden kopermijnen ter wereld en is dan ook volgens sommigen de locatie waar de kopermijnen van Salomo zouden zijn geweest, die overigens niet in de Bijbel worden genoemd (anderen gaan uit van het idee dat deze kopermijn bij Khirbat en-Nahas of Khirbat Faynan ten zuiden van de Dode Zee in Edom lagen).

Inhoud

Bijbel

Zover bekend is er geen rechtstreekse vermelding van de vallei in de Bijbel. Toch was deze vallei reeds in Oudtestamentische tijden goed bekend en sommigen zijn zelfs van mening dat hier de mijnen van koning Salomowaren.

Anderen denken dat Punon, een van de halteplaatsen tijdens de Exodus (Num. 33:42, 43), hier gesitueerd lag.


Timna

Een van de mooiste archeologische parken in Israël is het Timna park enkele kilometers boven het zuidelijk gelegen Eilat. Dit park is bekend om zijn kopermijnen en vele restanten van de slakkenheuvels en ruïnes van de bewoners zijn te bekijken.

Ook de vele woest gevormde rotsen, de wadi, rotstekeningen en een levensgrote replica van de tabernakel, zorgen ervoor dat de vallei een aantrekkelijk park is voor de vele hedendaagse toeristen. Omdat het een relatief groot gebied is kan men met de auto via smalle wegen naar de vele bijzonderheden, zoals de pilaren van koning Salomo, of de tempel van Hathor, kan rijden. Daarnaast zijn er ook lange 'tracks' via welke men te voet het gebied kan bezichtigen.

Replica tabernakel

Wil men de replica van de tabernakel bezoeken dan wordt geadviseerd om dit als eerste te doen, daar deze al relatief vroeg wordt afgesloten. Ook is meermalen geconstateerd dat deze tussen de middag regelmatig is afgesloten. Een paar jaar geleden is tijdens een overstroming van wadi Timna de eerste replica volledig vernield en sindsdien is men bezig om deze langzaam weer op te bouwen. Hierdoor kan een bezoek enigszins teleurstellend zijn, omdat bijvoorbeeld het buitenste kleed van een legertent is gemaakt. Ook moderne eisen, zoals een brandblusser bij het brandofferaltaar, of nylondraden waarmee de tentdoeken en de gordijnen om het terrein zijn vastgemaakt, geven een vertekent beeld van hoe de originele tabernakel er ooit uitzag.


Kopermijnen

Timna is vooral bekend om zijn kopermijnen. Ongeveer 6000 jaar geleden begonnen de bewoners het koper te winnen voor hun eigen doeleinden. In 1845 werden de mijnen in Timna voor het eerst ontdekt door G. Patrick. De vele heuveltjes met slakken (het industriële restafval van de koperwinning) waren het overtuigende bewijs. In 1940 dateerde Nelson Glueck de mijnen op de 10de eeuw v.C. en identificeerde ze met de mijnen van koning Salomo, dit werd later ontkracht.

Systematisch onderzoek vanaf 1959 door de Arava Expedition onder aanvoering van Prof. Benno Rotenberg wees uit dat de eerste winning plaatsvond in Chalcolithische periode (4500-3500 v.C.) en uiteindelijk stopte bij de eerste invallen van de Islamieten in de 10de n.C.. Timna beleefde zijn economische hoogtepunt ten tijde van de Egyptische farao's Seti I tot Ramses V (14-12deeeuw v.C.), waarbij hun economische partners de lokale Midianieten en Kenieten waren.

Het kopererts werd deels boven de grond gevonden, of net onder de grond. Ook tegenwoordig zijn er nog relatief grote hoeveelheden kopererts te vinden. Deze ondergrondse mijnen zijn alleen kruipend te betreden en geven een surrealistisch beeld onder welke omstandigheden de vroegere mijnwerkers hier hebben gewerkt.

De winning gebeurde door het kopererts te verhitten op kolen, welke of werd aangevoerd van elders of werd gemaakt van de veel voorkomende Rotemstruik. Zo was er per 5 kilo kopererts, 20 kilo lijmsteen (als flux) en 50 kilo brandstof nodig.

Vervoer van brandstof naar de locatie en de koper naar Egypte werd voornamelijk gedaan met ezels.


Tempel van Hathor

Professor Beno Rothenberg, één van de belangrijkste onderzoekers van de Timna Vallei, heeft daar een kleine Egyptische tempel, gewijd aan de Egyptische godin Hathor, opgegraven. Deze tempel werd gebouwd tijdens het bewind van Farao Seti I aan het einde van de 14deeeuw v.C. voor de Egyptische mijnwerkers van de nabijgelegen kopergroeven. Het heiligdom bevindt zich op een open binnenplaats met een cella (kleine kamer).

Na een aardbeving werd de tempel herbouwd tijdens de regeerperiode van Farao Ramses II in de 13de eeuw v.C. met een grotere binnenplaats en meer uitgebreide muren en vloeren. De afmetingen van het oorspronkelijke heiligdom waren 15 bij 15 meter, en het werd geplamuurd met witte zandsteen dat alleen werd gevonden op enkele kilometers afstand. De hiërogliefen, sculpturen en sieraden welke in de tempel werden gevonden, bestaan uit  enkele duizenden artefacten, welke een belangrijke informatiebron is voor archeologen.

Nadat de Egyptenaren het gebied verlieten in het midden van de 12de eeuw v.C., werd de cultus voortgezet door de Midianieten in de tempel. We kunnen dit zien daar ze hebben geprobeerd ieder bewijs van de Egyptische cultus uit te wissen, O.a. werden de beelden van Hathor vernield en de Egyptische hiërogliefen in de nabijgelegen rotswanden werden weggehaald. In plaats daarvan plaatsten ze een rij massaboth en offertafels aan beide zijden van de ingang. Zeer waarschijnlijk overdekten ze het heiligdom met een tent (=tabernakel) en vulden deze met Midianitisch aardewerk en metalen sieraden.


Rotstekeningen en hiërogliefen

In de gehele Timna vallei zijn vele rotstekeningen te vinden, waaronder afbeeldingen van jachttaferelen.

Ook zijn er hiërogliefen uit andere perioden zichtbaar, van de tijd der Romeinen tot hedendaagse.

Met name die uit de tijd van de Egyptenaren zijn interessant en veelal zijn gemaakt door de indertijd daar aanwezige Egyptenaren die werkten in de kopermijnen en ook de hierboven genoemde tempel van Hathor hadden gebouwd.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!