Bruidegom
νυμφίος G3566 "bruidegom", חָתָן H2860 "schoonzoon , bruidegom, schoonzoon, verzwagerd, bloedbruidegom",

Zie ook: Bruid, Bruiloft, Trouwen,

Een bruidegom is de benaming voor een man die trouwt.


Terminologie

Het Grieks νυμφίος G3566 is afgeleid van nupto 'trouwen'.

Het Hebreeuws חָתָן H2860 'bruidegom' (TWOT 781c), cf. Akkad. ẖatānu 'bruidegom', Ugar. ẖtn 'hij die gaat trouwen' (E. Klein, p. 237). Sommigen willen het afleiden van het Arab. ẖatāna 'hij die besneden is' vanwege de oude gewoonte dat daar mannen werden besneden voor ze trouwden (E. Klein, p. 237), vergl. Exodus 4:25-26 waar Zippora nadat ze haar zoon had besneden tegen Mozes zegt חֲתַן־דָּמִ֛ים ḥăṯan-dāmîm 'bloedbruidegom'.

Het Nederlandse woord bruidegom is een samenstelling van 'bruid' en 'gom' dat is afgeleid van het Gotisch guma en Proto-Germaans *guman- (M. Philippa, lemma bruidegom), nauw verwant met het Latijn homō 'mens' (WNT, lemma bruidegom).


Koop nu


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!