Didachè
διδαχή G1322 "leer, onderwijs",

Zie ook: Ecclesiologie, Gemeente zijn, Geloof, Kerkgeschiedenis,

De Didachè (Grieks διδαχή G1322 "lering, onderwijs") is een vroegchristelijk geschrift uit eerste helft van de tweede eeuw na Christus door een onbekende auteur te Syrië in het Grieks geschreven. De tekst werd in 1873 door aartsbisschop Philotheos Bryennios, de Metropoliet van Nicomedië, in de bibliotheek van het Oosters-orthodox Patriarchaat van Jeruzalem te Constantinopel ontdekt als onderdeel van de zogeheten Codex Hierosolymitanus. Het wordt gerekend tot de Apostolische Vaders.

Inhoud

Auteurschap

De meeste onderzoekers beschouwen de Didachè als een samengesteld geschrift dat over een langere periode tot stand is gekomen. De redacteur die het geschrift tot de huidige vorm heeft gecompileerd wordt vaak aangeduid als de ‘Didachist’. Het is echter ook mogelijk dat meerdere redacteurs voor de eindvorm verantwoordelijk zijn. Over de identiteit van deze redacteur(s) is niets bekend.

Plaats van ontstaan en datering

De huidige consensus is verdeeld over Egypte en Syrië. Vaak wordt aan Antiochië als de locatie gedacht waar het is geschreven. Zij die een voorkeur hebben voor Egypte stellen dat de eerste berichten over het bestaan van dit geschrift daarvandaan komen. Bovendien zijn, volgens Clemens Alexandrinus en Origenes, de vrije leraars met de apostelen en profeten (hfd. 11-13) daar het langst aanwezig geweest. Athanasius (367 n.C.) noemt het geschrift onder de niet-canonieke geschriften, naast de Wijsheid van Salomo, Jezus Sirach, Judith, Tobith en de Pastor van Hermas (Athanasius van Alexandrië, Eastern Letter 39, §11). Terwijl Eusebius (Eusebius van Caesarea, Kerkgeschiedenis, III.25) en Clement (Clement van Alexandrië, Στρώματα: Diversen, I.20) beschouwen het daarentegen als canoniek.

De Didachè moet waarschijnlijk worden gesitueerd in een overgangsperiode, waarin enerzijds nog sprake is van rondtrekkende apostelen en profeten, maar anderzijds de Kerk op weg is naar verdere institutionalisering. Hoewel de Didachè in het begin van de twintigste eeuw nog tot in de 4de eeuw werd gesitueerd, wordt tegenwoordig de eindvorm door de meeste onderzoekers, om de eerder genoemde reden, niet later gedateerd dan circa 120 tot 150 n.C. Deze datering is echter sterk afhankelijk van een vermeende relatie tussen de Didachè en het Evangelie naar Mattheus of aan dit evangelie ten grondslag liggende tradities. Onderzoekers die deze relatie loslaten, dateren de Didachè op interne gronden tot in het midden van de 1ste eeuw, waaronder dat het ieder spoor van een canon van het Nieuwe Testament en de brieven van Paulus mist. Ook vermeldingen van symbolische, de doop begeleidende handelingen, welke in geschriften van latere datum telkens worden genoemd mist men in de Didachè.

Manuscripten

In de loop der tijd zijn diverse manuscripten van de Didachè ontdekt (de code aan het begin is de officiële aanduiding van de manuscripten):


Tekst en vertaling

ΔΙΔΑΧΗ ΤΩΝ ΔΩΔΕΚΑ ΑΠΟΣΤΟΛΩΝ DIDACHĒ TŌN DŌDEKA APOSTOLŌN De titel op H54, luidde: 'Leer van de Twaalf Apostelen' (διδαχὴ τῶν δώδεκα ἀποστόλων).

0 Aanhef

Διδαχὴ κυρίου διὰ τῶν δώδεκα ἀποστόλων τοῖς ἔθνεσιν. Didachē kyriou dia tōn dōdeka apostolōn tois ethnesin. Het onderwijs van de Heer aan de heidenen door de twaalf apostelen.

I De twee wegen

1. Ὁδοὶ δύο εἰσί, μία τῆς ζωῆς καὶ μία τοῦ θανάτου, διαφορὰ δὲ πολλὴ μεταξὺ τῶν δύο ὁδῶν. Hodoi dyo eisi, mia tēs zōēs kai mia tou thanatou, diaphora de pollē metaxy tōn dyo hodōn. Er zijn twee wegen, een van het leven en een van de dood (Jer. 21:8; Mat. 7:13-14), en er is een groot verschil tussen deze twee wegen.
2. Ἡ μὲν οὖν τῆς ζωῆς ἐστιν αὕτη· πρῶτον ἀγαπησεις τὸν θεὸν τὸν ποιήσαντά σε, δεύτερον τὸν πλησίον σου ὡς σεαυτόν· πάντα δὲ ὅσα ἐὰν θελήσῃς μὴ γίνεσθαί σοι, καὶ σὺ ἄλλῳ μὴ ποίει. HĒ men oun tēs zōēs estin hautē; prōton agapēseis ton theon ton poiēsanta se, deuteron ton plēsion sou hōs seauton; panta de hosa ean thelēsēs mē ginesthai soi, kai sy allō mē poiei. De weg van het leven is deze: Ten eerste zult u de God liefhebben die u heeft gemaakt, ten tweede uw naaste als uzelf, en wat u niet zou hebben gedaan aan uzelf, doe dit niet een ander aan. (Mat. 7:12; Luk. 6:31)
3. Τούτων δὲ τῶν λόγων ἡ διδαχή ἐστιν αὕτη· εὐλογεῖτε τοὺς καταρωμένους ὑμῖν καὶ προσεύχεσθε ὑπὲρ τῶν ἐχθρῶν ὑμῶν, νηστεύετε δὲ ὑπὲρ τῶν διωκότων ὑμᾶς· ποία γὰρ χάρις, ἐὰν ἀγαπᾶτε τοὺς ἀγαπῶντας ὑμᾶς; οὐχὶ καὶ τὰ ἔθνη τὸ αὐτὸ ποιοῦσιν; ὑμεῖς δὲ ἀγαπᾶτε τοὺς μισοῦντας ὑμᾶς, καὶ οὐχ ἕξετε ἐχτρόν. Toutōn de tōn logōn hē didachē estin hautē; eulogeite tous katarōmenous hymin kai proseuchesthe hyper tōn echthrōn hymōn, nēsteuete de hyper tōn diōkotōn hymas; poia gar charis, ean agapate tous agapōntas hymas? ouchi kai ta ethnē to auto poiousin? hymeis de agapate tous misountas hymas, kai ouch hexete echtron. Nu, de onderwijzing van deze woorden is deze: Zegen degenen die u vervloeken, en bid voor uw vijanden (Luk. 6:28), en vast voor degenen die u vervolgen. Want wat eer zij u als u houdt van degenen die u liefhebben? Doen zelfs niet de heidenen hetzelfde? Maar, van uw kant, heb lief degenen die u haten, en u zult geen vijand hebben.
4. ἀπέχου τῶν σαρκικῶν καὶ σωματικῶν ἐπιθυμιῶν· ἐὰν τίς σοι δῷ ῥάπισμα εἰς τὴν δεξιὰν σιαγόνα, στέψον αὐτῷ καὶ τὴν ἄλλην, καὶ ἔσῃ τέλειος· ἐὰν ἀγγαρεύσῃ σέ τις μίλιον ἕν, ὕπαγε μετ’ αυτοῦ δύο· ἐὰν ἄρῃ τις τὸ ἱμάτιόν σου, δὸς αὐτῳ καὶ τὸν χιτῶνα· ἐὰν λάβῃ τις ἀπὸ σοῦ τὸ σόν, μὴ ἀπαίτει· οὐδὲ γὰρ δύνασαι. apechou tōn sarkikōn kai sōmatikōn epithymiōn; ean tis soi dō rhapisma eis tēn dexian siagona, stepson autō kai tēn allēn, kai esē teleios; ean angareusē se tis milion hen, hypage met’ autou dyo; ean arē tis to himation sou, dos autō kai ton chitōna; ean labē tis apo sou to son, mē apaitei; oude gar dynasai. Onthoud je van vleselijke en lichamelijke lusten (1 Pet. 2:11). Als iemand je op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de andere wang toe (Mat. 5:39; Luk. 6:29), en je zult volmaakt zijn. Indien iemand je dwingt om één mijl met hem mee te gaan, ga ook een tweede met hem mee (Mat. 5:41). Als iemand je jas neemt, geef hem ook je hemd. Als iemand van je afneemt wat het jouwe is, weiger hem dan niet, zelfs niet als je dat kunt (Luk. 6:30).
5. παντὶ τῷ αἰτοῦντί σε δίδου καὶ μὴ ἀπαίτει· πᾶσι γὰρ θέλει δίδοσθαι ὁ πατὴρ ἐκ τῶν ἰδίων χαρισμάτων. μακάριος ὁ διδοὺς κατὰ τὴν ἐντολήν· ἀθῷος γάρ ἐστιν. οὐαὶ τῷ λαμβάνοντι· εἰ μεν γὰρ γὰρ χρείαν ἔχων λαμβάνει τις, ἀθῷος ἔσται· ὁ δὲ μὴ χρείαν ἔχων δώσει δίκην, ἱνατί ἔλαβε καὶ εἰς τί· ἐν συνοχῇ δὲ γενόμενος ἐξετασθήσεται περὶ ὧν ἔπραξε, καὶ οὐκ ἐξελεύσεται ἐκεῖθεν, μέχρις οὗ ἀποδῷ τὸν ἔσχατον κοδράντην. panti tō aitounti se didou kai mē apaitei; pasi gar thelei didosthai ho patēr ek tōn idiōn charismatōn. makarios ho didous kata tēn entolēn; athōos gar estin. ouai tō lambanonti; ei men gar gar chreian echōn lambanei tis, athōos estai; ho de mē chreian echōn dōsei dikēn, hinati elabe kai eis ti; en synochē de genomenos exetasthēsetai peri hōn epraxe, kai ouk exeleusetai ekeithen, mechris hou apodō ton eschaton kodrantēn. Geef aan iedereen die je erom vraagt, en weiger niet, want de wil van de Vader is dat we aan iedereen geven van de geschenken die we hebben ontvangen. Gezegend is hij die geeft volgens het mandaat; want hij is onschuldig. Wee hem die ontvangt; want als iemand een aalmoes ontvangt onder druk van nood, is hij onschuldig; maar wie het zonder noodzaak ontvangt, zal beproefd worden waarom hij heeft genomen en waarvoor en in de gevangenis zal hij worden onderzocht op zijn daden, en hij zal daar niet uitkomen totdat hij de laatste penning betaalt (Mat. 5:25-26; Luk. 12:58-59).
6. ἀλλὰ καὶ περὶ τούτου δὲ εἴρηται· Ἱδρωσάτω ἡ ἐλεημοσύνη σου εἰς τὰς χεῖράς σου, μέχρις ἂν γνῷς τίνι δῷς. alla kai peri toutou de eirētai; Hidrōsatō hē eleēmosynē sou eis tas cheiras sou, mechris an gnōs tini dōs. Maar hierover werd ook gezegd: Laat uw aalmoes in uw handen zweten, totdat gij weet aan wie gij geeft.

II Toelichting op het onderwijs

1. Δευτέρα δὲ ἐντολὴ τῆς διδαχῆς· Deutera de entolē tēs didachēs; Het tweede gebod van het onderwijs is dit:
2. οὐ φονεύσεις, οὐ μοιχεύσεις, οὐ παιδοφθορήσεις, οὐ πορνεύσεις, οὐ κλέψεις, οὐ μαγεύσεις, οὐ φαρμακεύσεις, οὐ φονεύσεις τ´κνον ἐν φθορᾷ, οὐδὲ γεννηθὲν ἀποκτενεῖς, οὐκ ἐπιθυμήσεις τὰ τοῦ πλησίον. ou phoneuseis, ou moicheuseis, ou paidophthorēseis, ou porneuseis, ou klepseis, ou mageuseis, ou pharmakeuseis, ou phoneuseis t´knon en phthora, oude gennēthen apokteneis, ouk epithymēseis ta tou plēsion. Gij zult niet moorden (Ex. 20:13), gij zult geen overspel plegen; gij zult geen sodomie plegen; gij zult geen ontucht plegen; gij zult niet stelen (Ex. 20:15); gij zult geen magie gebruiken; gij zult geen pederastie doen; gij zult geen abortus plegen, noch kindermoord plegen; gij zult de goederen van uw naaste niet begeren (Ex. 20:17);
3. οὐκ ἐπιορκήσεις, οὐ ψευδομαρτυρήσεις, οὐ κακολογήσεις, οὐ μνησικακήσεις. ouk epiorkēseis, ou pseudomartyrēseis, ou kakologēseis, ou mnēsikakēseis. je zult geen meineed plegen, je zult geen valse getuigenis geven (Ex. 20:16); je zult geen kwaad spreken; je zult geen boosheid verdragen.
4. οὐκ ἔσῃ διγνώμων οὐδὲ δίγλωσσος· παγὶς γὰρ θανάτου ἡ διγλωσσία. ouk esē dignōmōn oude diglōssos; pagis gar thanatou hē diglōssia. Je zult niet dubbelzinnig zijn, noch dubbeltongig, want een dubbele tong is de strik des doods.
5. οὐκ ἔσται ὁ λόγος σου ψευδής, οὐ κενός, ἀλλὰ μεμεστωμένος πράξει. ouk estai ho logos sou pseudēs, ou kenos, alla memestōmenos praxei. Je spreken zal niet vals of ijdel zijn, maar getuigt van je praktijk (Mat. 5:37).
6. οὐκ ἔσῃ πλεονέκτης οὐδὲ ἅρπαξ οὐδὲ ὑποκριτὴς οὐδὲ κακοήθης οὐδὲ ὑπερήφανος. οὐ λήψῃ βουλὴν πονηρὰν κατὰ τοῦ πλησίον σου. ouk esē pleonektēs oude harpax oude hypokritēs oude kakoēthēs oude hyperēphanos. ou lēpsē boulēn ponēran kata tou plēsion sou. Je zult niet hebzuchtig noch wreed zijn, noch huichelachtig, noch kwaadaardig, noch trots (1 Petr. 2:1); Je zult geen kwaad doen tegen je naaste.
7. οὐ μισήσεις πάντα ἄνθρώπον, ἀλλὰ οὓς μὲν ἐλέγξεις, περὶ δὲ ὧν προσεύξῃ, οὓς δὲ ἀγαπήσεις ὑπὲρ τὴν ψυχήν σου. ou misēseis panta anthrōpon, alla hous men elenxeis, peri de hōn proseuxē, hous de agapēseis hyper tēn psychēn sou. Je zult niet iemand haten; maar sommigen zult je terechtwijzen en voor sommigen zult je bidden, en sommigen zult je meer liefhebben dan je eigen leven (Jud. 1:22).

III Verdere adviezen

1. Τέκνον μου, φεῦγε ἀπὸ παντὸς πονηροῦ καὶ ἀπὸ παντὸς ὁμοίου αὐτου. Teknon mou, pheuge apo pantos ponērou kai apo pantos homoiou autou. Mijn kind, vlucht voor elke slechte man en voor iedereen zoals hij.
2. μὴ γίνου ὀργίλος, ὁδηγεῖ γὰρ ἡ ὀργὴ πρὸς τὸν φόνον, μηδὲ ζηλωτὴς μηδὲ ἐπιστικὸς μηδὲ θυμικός· ἐκ γὰρ τούτων ἁπάντων φόνοι γεννῶνται. mē ginou orgilos, hodēgei gar hē orgē pros ton phonon, mēde zēlōtēs mēde epistikos mēde thymikos; ek gar toutōn hapantōn phonoi gennōntai. Wees niet trots, want trots leidt tot moord, noch jaloers, noch twistziek, noch driftig, want dit alles leidt tot moorden.
3. τέκνον μου, μὴ γίνου ἐπιθυμητής, ὁδηγεῖ γὰρ ἡ ἐπιθυμία πρὸς τὴν πορνείαν, μηδὲ αἰσχχρολόγος μηδὲ υψηλόφθαλμος· ἐκ γὰρ τούτων ἁπαντων μοιχεῖαι γεννῶνται. teknon mou, mē ginou epithymētēs, hodēgei gar hē epithymia pros tēn porneian, mēde aischchrologos mēde ypsēlophthalmos; ek gar toutōn hapantōn moicheiai gennōntai. Mijn kind, wees niet wellustig, want lust leidt tot hoererij, noch een spreker van basiswoorden, noch een opheffing van de ogen, want uit al deze dingen ontstaat overspel.
4. τέκνον μου, μὴ γίνου οἰωνοσκόπος, ἐπειδὴ ὁδηγεῖ εἰς τὴν εἰδωλολοατρίαν, μηδὲ ἐπαοιδὸς μηδὲ μαθηματικὸς μηδὲ περικαθαθαίρων, μηδὲ θέλε αὐτὰ βλέπειν· ἐκ γὰρ τούτων ἁπάντων εἰδωλολατρία γεννᾶται. teknon mou, mē ginou oiōnoskopos, epeidē hodēgei eis tēn eidōloloatrian, mēde epaoidos mēde mathēmatikos mēde perikathathairōn, mēde thele auta blepein; ek gar toutōn hapantōn eidōlolatria gennatai. Mijn kind, sla geen acht op voortekenen, want dit leidt tot afgoderij; noch een tovenaar, noch een astroloog, noch een tovenaar, noch deze dingen willen zien, want door hen is alle afgoderij voortgebracht.
5. τέκνον μου, μὴ γίνου ψεύστης, ἐπειδὴ ὁδηγεῖ τὸ ψεῦσμα εἰς τὴν κλοπήν, μηδὲ φιλάργυρος μηδὲ κενόδοξος· ἐκ γὰρ τούτων ἁπάντων κλοπαὶ γεννῶνται. teknon mou, mē ginou pseustēs, epeidē hodēgei to pseusma eis tēn klopēn, mēde philargyros mēde kenodoxos; ek gar toutōn hapantōn klopai gennōntai. Mijn kind, wees geen leugenaar, want liegen leidt tot diefstal, noch een liefhebber van geld, noch ijdel-glorieus, want al deze dingen wekken op tot diefstal.
6. τέκνον μου, μὴ γίνου γόγγυσος, ἐπειδὴ ὁδηγεῖ εἰς τὴν βλασφημίαν, μηδὲ αὐθάδης μηδὲ πονηρόφρων· ἐκ γὰρ τούτων ἁπάντων βλασφημίαι γεννῶνται. teknon mou, mē ginou gongysos, epeidē hodēgei eis tēn blasphēmian, mēde authadēs mēde ponērophrōn; ek gar toutōn hapantōn blasphēmiai gennōntai. Mijn kind, wees niet een mopperaar, want dit leidt tot godslastering (Fil. 2:14; Jud. 1:16), noch koppig, noch een denker van het kwaad, want door al deze wordt de godslastering opgewekt,
7. ἴσθι δὲ πραΰς, ἐπεὶ οἱ πραεῖς κληρονομήσουσι τὴν γῆν. isthi de praus, epei hoi praeis klēronomēsousi tēn gēn. maar wees zachtmoedig, want de zachtmoedigen zullen de aarde erven;
8. γίνου μακρόθυμος καὶ ἐλεήμων καὶ ἄκακος καὶ ἡσύχιος καὶ ἀγαθὸς καὶ τρέμων τοὺς λόγους διὰ παντός, οὓς ἤκουσας. ginou makrothymos kai eleēmōn kai akakos kai hēsychios kai agathos kai tremōn tous logous dia pantos, hous ēkousas. wees lankmoedig en barmhartig en argeloos, stil en goed, en vrees altijd de woorden die je hebt gehoord.
9. οὐχ ὑψώσεις σεαυτὸν οὐδὲ δώσεις τῇ ψυχῇ σου θράσος. οὐ κολληθήσεται ἡ ψυχή σου μετὰ ὑψηλῶν, ἀλλὰ μετὰ δικαίων καὶ ταπεινῶν ἀναστραφήσῃ. ouch hypsōseis seauton oude dōseis tē psychē sou thrasos. ou kollēthēsetai hē psychē sou meta hypsēlōn, alla meta dikaiōn kai tapeinōn anastraphēsē. Jij zult je niet verhogen, en je ziel zal niet aanmatigend zijn. Je ziel zal zich niet verenigen met de verhevene, maar jij zult wandelen met rechtvaardige en nederige mannen.
10. τὰ συμβαίνοντά σοι ἐνεργήματα ὡς ἀγαθὰ προσδέξῃ, εἰδὼς ὅτι ἄτερ θεοῦ οὐδὲν γίνεται. ta symbainonta soi energēmata hōs agatha prosdexē, eidōs hoti ater theou ouden ginetai. Ontvang de tegenslagen die je als ten goede overkomen, wetende dat er niets gebeurt zonder God.

IV De plicht van de gelovige

1. Τέκνον μου, τοῦ λαλοῦντός σοι τὸν λόγον τοῦ θεοῦ μνησθήσῃ νυκτὸς καὶ ἡμέρας, τιμήσεις δὲ αὐτὸν ὡς κύριον· ὅθεν γὰρ ἡ κυριότης λαλεῖται, ἐκεῖ κύριός ἐστιν. Teknon mou, tou lalountos soi ton logon tou theou mnēsthēsē nyktos kai hēmeras, timēseis de auton hōs kyrion; hothen gar hē kyriotēs laleitai, ekei kyrios estin. Mijn kind, herinneren zul je, dag en nacht, hem die het woord van God tot je spreekt, en je zult hem als de Heer eren, want waar over de heerschappij van de Heer wordt gesproken, daar is Hij aanwezig.
2. ἐκζητήσεις δὲ καθ’ ἡμέραν τὰ πρόσωπα τῶν ἁγίων, ἵνα ἐπαναπαῇς τοῖς λόγοις αὐτῶν. ekzētēseis de kath’ hēmeran ta prosōpa tōn hagiōn, hina epanapaēs tois logois autōn. En je zult dagelijks de tegenwoordigheid van de heiligen zoeken, opdat je rust in hun woorden zult vinden.
3. οὐ ποθήσεις σχίσμα, εἰρηνεύσεις δὲ μαχομένους· κρινεῖς δικαίως, οὐ λήψῃ πρόσωπον ἐλέγξαι ἐπὶ παραπτώμασιν. ou pothēseis schisma, eirēneuseis de machomenous; krineis dikaiōs, ou lēpsē prosōpon elenxai epi paraptōmasin. Je zult geen verdeeldheid maken, maar degenen die dat doen, verzoenen. Je zult een rechtvaardig oordeel geven; je zult niemand bevoordelen in het terechtwijzen van overtreding.
4. οὐ διψυχήσεις, πότερον ἔσται ἢ οὔ. ou dipsychēseis, poteron estai ē ou. Je zult niet onstandvastig zijn, of het zo is of niet (Jak. 1:8).
5. Μὴ γίνου πρὸς μὲν τὸ λαβεῖν ἐκτείνων τὰς χεῖρας, πρὸς δὲ τὸ δοῦναι συσπῶν. Mē ginou pros men to labein ekteinōn tas cheiras, pros de to dounai syspōn. Wees niet iemand die zijn handen uitstrekt om te ontvangen, noch sluit om te geven.
6. ἐὰν ἔχῃς διὰ τῶν χειρῶν σου, δώσεις λύτρωσιν ἁμαρτιῶν σου. ean echēs dia tōn cheirōn sou, dōseis lytrōsin hamartiōn sou. Indien je iets [door het werk] van je handen hebt verkregen, zult je het als losprijs voor je zonden [weg]geven.
7. οὐ διστάσεις δοῦναι οὐδὲ διδοὺς γογγύσεις· γνώσῃ γάρ, τίς ἐστιν ὁ τοῦ μισθοῦ καλὸς ἀνταποδότης. ou distaseis dounai oude didous gongyseis; gnōsē gar, tis estin ho tou misthou kalos antapodotēs. Je zult niet aarzelen om te geven, noch zult je mopperen wanneer je geeft, want je zult weten wie de goede Beloner van het loon is.
8. οὐκ ἀποστραφήσῃ τὸν ἐνδεόμενον, συγκοινωνήσεις δὲ πάντα τῷ ἀδελφῷ σοῦ καὶ οὐκ ἐρεῖς ἴδια εἶναι· εἰ γὰρ ἐν τῷ ἀθανάτῳ κοινωνοί ἐστε, πόσῳ μᾶλλον ἐν τοῖς θνητοῖς; ouk apostraphēsē ton endeomenon, synkoinōnēseis de panta tō adelphō sou kai ouk ereis idia einai; ei gar en tō athanatō koinōnoi este, posō mallon en tois thnētois? Je zult je niet afkeren van de behoeftigen, maar zal alles met je broeder delen, en niet zeggen dat het van jou is, want als je deelt in het onvergankelijke, hoeveel te meer in de dingen die vergaan?
9. Οὐκ ἀρεῖς τὴν χεῖρα σου ἀπὸ τοῦ υἱοῦ σου ἢ ἀπὸ τῆς θυγατρός σου, ἀλλὰ ἀπὸ νεότητος διδάξεις τὸν φόβον τοῦ θεοῦ. Ouk areis tēn cheira sou apo tou huiou sou ē apo tēs thygatros sou, alla apo neotētos didaxeis ton phobon tou theou. Je zult uw hand niet aftrekken van je zoon of je dochter, maar je zal hen van jongs af aan de vreze Gods leren.
10. οὐκ ἐπιτάξεις δούλῳ σου ἢ παιδίσκῃ, τοῖς ἐπὶ τὸν αὐτὸν θεὸν ἐλπίζουσιν, ἐν πικρίᾳ σου, μήποτε οὐ μὴ φοβηθήσονται τὸν ἐπ’ ἀμφοτέροις θεόν· οὐ γὰρ ἔρχεται κατὰ πρόσωπον καλέσαι, ἀλλ’ ἐφ’ οὓς τὸ πνεῦμα ἡτοίμασεν. ouk epitaxeis doulō sou ē paidiskē, tois epi ton auton theon elpizousin, en pikria sou, mēpote ou mē phobēthēsontai ton ep’ amphoterois theon; ou gar erchetai kata prosōpon kalesai, all’ eph’ hous to pneuma hētoimasen. Je zult in uw bitterheid niet uw slaaf of uw dienstmaagd, die op dezelfde God vertrouwen, straffen, opdat zij ophouden te vrezen voor de God die boven jullie beiden is; want hij komt niet om mensen te roepen naar uiterlijke schijn, maar degenen die de Geest heeft voorbereid.
11. ὑμεῖς δὲ οἱ δοῦλοι ὑποταγήσεσθε τοῖς κυρίοις ὑμῶν ὡς τύπτῳ θεοῦ ἐν αἰσχύνῃ καὶ φόβῳ. hymeis de hoi douloi hypotagēsesthe tois kyriois hymōn hōs typtō theou en aischynē kai phobō. Maar zijn jullie, die slaven zijn, onderdanig aan je meester, aan Gods vertegenwoordiger, in eerbied en angst?
12. Μισήσεις πᾶσαν ὑπόκρισιν καὶ πᾶν ὃ μὴ ἀρεστὸν τῷ κυρίῳ. Misēseis pasan hypokrisin kai pan ho mē areston tō kyriō. Je zult alle huichelarij haten, en [ook] alles wat de Heer niet behaagt.
13. οὐ μὴ ἐγκαταλίπῃς ἐντολὰς κυρίου, φυλάξεις δὲ ἃ παρέλαβες, μήτε προστιθεὶς μήτε ἀφαιρῶν. ou mē enkatalipēs entolas kyriou, phylaxeis de ha parelabes, mēte prostitheis mēte aphairōn. Je zult de geboden des Heren niet verlaten, maar je zult houden aan wat u hebt ontvangen en er niets aan toevoegen en niets van wegnemen.
14. ἐν ἐκκλησίᾳ ἐξομολογήσῃ τὰ παραπτώματά σου, καὶ οὐ προσελεύσῃ ἐπὶ προσευχήν σου ἐν συνειδήσει πονηρᾷ· αὕτη ἐστὶν ἡ ὁδὸς τῆς ζωῆς. en ekklēsia exomologēsē ta paraptōmata sou, kai ou proseleusē epi proseuchēn sou en syneidēsei ponēra; hautē estin hē hodos tēs zōēs. In de gemeente zult je jouw overtredingen belijden, en je zult niet met een slecht geweten tot het gebed toetreden. Dit is de weg naar het leven.

V De weg des Doods

1. Ἡ δὲ τοῦ θανάτου ὁδός ἐστιν αὕτη· πρῶτον πάντων πονηρά ἐστι καὶ κατάρας μεστή· φόνοι, μοιχεῖαι, ἐπιθυμίαι, προνεῖαι, κλοπαί, εἰδωλολατρίαι, μαγεῖαι, φαρμακίαι, ἁρπαγαί, ψευδομαρτυρίαι, ὑποκρίσεις, διπλοκαρδία, δόλος, ὑπερηφανία, κακία, αὐθάδεια, πλεονεξία, αἰσχρολογία, ζηλοτυπία, θρασύτης, ὕψος, ἀλαζονεία. HĒ de tou thanatou hodos estin hautē; prōton pantōn ponēra esti kai kataras mestē; phonoi, moicheiai, epithymiai, proneiai, klopai, eidōlolatriai, mageiai, pharmakiai, harpagai, pseudomartyriai, hypokriseis, diplokardia, dolos, hyperēphania, kakia, authadeia, pleonexia, aischrologia, zēlotypia, thrasytēs, hypsos, alazoneia. Maar de Weg des Doods is deze: ten eerste, het is slecht en vol van vloeken, moorden, overspel, lusten, hoererijen, diefstallen, afgoderij, hekserij, zelfgenoegzaamheid, verkrachtingen, valse getuigenissen, hypocrisie, een dubbel hart, bedrog, trots boosaardigheid, koppigheid, hebzucht, vuile taal, jaloezie, onbeschaamdheid, hoogmoed, opschepperij.
2. διῶκται ἀγαθῶν, μισοῦντες ἀλήθειαν, ἀγαπῶντες ψεῦδος, οὐ γινώσκοντες μισθὸν δικαιοσύνης, οὐ κολλώμενοι ἀγαθῷ οὐδὲ κρίσει δικαίᾳ ἀγρυπνοῦντες οὐκ εἰς τὸ ἀγαθόν, ἀλλ’ εἰς τὸ πονηρόν· ὧν μακρὰν πραΰτης καὶ ὑπομονή, μάταια ἀγαπῶντες, διώκοντες ἀνταπόδομα, οὐκ ἐλεοῦντες πτωχόν, οὐ πονοῦντες ἐπὶ καταπονουμένῳ, οὐ γινώσκοντες τὸν ποιήσαντα αὐτούς, φονεῖς τέκνων, φθορεῖς πλάσματος θεοῦ, ἀποστρεφόμενοι τὸν ἐνδεόμενον, καταπονοῦντες τὸν θλιβόμενον, πλουσίων παράκλητοι, πενήτων ἄνομοι κριταί, πανθαμάρτητοι· ῥυσθείητε, τέκνα, ἀπὸ τούτων ἁπάντων. diōktai agathōn, misountes alētheian, agapōntes pseudos, ou ginōskontes misthon dikaiosynēs, ou kollōmenoi agathō oude krisei dikaia agrypnountes ouk eis to agathon, all’ eis to ponēron; hōn makran prautēs kai hypomonē, mataia agapōntes, diōkontes antapodoma, ouk eleountes ptōchon, ou ponountes epi kataponoumenō, ou ginōskontes ton poiēsanta autous, phoneis teknōn, phthoreis plasmatos theou, apostrephomenoi ton endeomenon, kataponountes ton thlibomenon, plousiōn paraklētoi, penētōn anomoi kritai, panthamartētoi; rhystheiēte, tekna, apo toutōn hapantōn. Vervolgers van het goede, haters van de waarheid, liefhebbers van leugens, niet wetende de beloning van gerechtigheid, niet vastklampend aan het goede of aan een rechtvaardig oordeel, wakende nachten doorbrengen, niet om het goede, maar om verdorvenheid, van wie zachtmoedigheid en geduld ver weg is, liefhebbers van ijdelheid, die vergelding zoeken, onbarmhartig voor de armen, niet werken voor hem die wordt onderdrukt door zwoegen, zonder kennis van hem die hen heeft gemaakt, moordenaars van kinderen, bedervers van Gods schepselen, afkeren van de behoeftigen, de benauwden onderdrukken, de rijke naar de mond spreken, onrechtvaardige rechters van de armen, volslagen zondig; mogen jullie worden bevrijd, mijn kinderen, van al deze [zaken].

VI Aansporing en voedsel van afgoden

1. Ὅρα, μὴ τίς σε πλανήσῃ ἀπὸ ταύτης τῆς ὁδοῦ τῆς διδαχῆς, ἐπεὶ παρεκτὸς θεοῦ σε διδάσκει. Hora, mē tis se planēsē apo tautēs tēs hodou tēs didachēs, epei parektos theou se didaskei. Zie dat niemand je doet dwalen van deze Weg van de onderwijzing, want hij onderwijst je van God af (ie. doet je dwalen).
2. εἰ μὲν γὰρ δύνασαι βαστάσαι ὅλον τὸν ζυγὸν τοῦ κυρίου, τέλειος ἔσῃ· εἰ δ’ οὐ δύνασαι, ὃ δύνῃ, τοῦτο ποίει. ei men gar dynasai bastasai holon ton zygon tou kyriou, teleios esē; ei d’ ou dynasai, ho dynē, touto poiei. Want als je het hele juk van de Heer kunt dragen, dan zult je volmaakt zijn, maar als je dat niet kunt, doe dan wat je wel kunt.
3. περὶ δὲ τῆς βρώσεως, ὃ δύνασαι βάστασον· ἀπὸ δὲ τοῦ εἰδωλοθύτου λίαν πρόσεχε· λατρεία γάρ ἐστι θεῶν νεκρῶν. peri de tēs brōseōs, ho dynasai bastason; apo de tou eidōlothytou lian proseche; latreia gar esti theōn nekrōn. En wat het voedsel betreft, draag bij wat je kunt, maar houd je afzijdig aan hetgeen de afgoden wordt aangeboden, want het is verering van dode goden.

VII De doop

1. Περὶ δὲ τοῦ βαπτίσματος, οὕτω βαπτίσατε· ταῦτα πάντα προειπόντες, βαπτίσατε εἰς τὸ ὄνομα τοῦ πατρὸς καὶ τοῦ υἱοῦ καὶ τοῦ ἁγίου πνεύματος ἐν ὕδατι ζῶντι. Peri de tou baptismatos, houtō baptisate; tauta panta proeipontes, baptisate eis to onoma tou patros kai tou huiou kai tou hagiou pneumatos en hydati zōnti. Wat de doop betreft, doop je aldus: als je eerst al deze dingen hebt geoefend, doop [dan] in de naam van de Vader en van de Zoon en de Heilige Geest (Mat. 28:19), in stromend water;
2. ἐὰν δὲ μὴ ἔχῃς ὕδωρ ζῶν, εἰς ἄλλο ὕδωρ βάπτισον· εἰ δ’ οὐ δύνασαι ἐν ψυχρῷ, ἐν θερμῷ. ean de mē echēs hydōr zōn, eis allo hydōr baptison; ei d’ ou dynasai en psychrō, en thermō. maar als je geen stromend water hebt, doopt dan in ander water, en als het [water] niet koud is, [doop] dan in warm water.
3. ἐὰν δὲ ἀμφότερα μὴ ἔχῃς, ἔκχεον εἰς τὴν κεφαλὴν τρὶς ὕδωρ εἰς ὄνομα πατρὸς καὶ υἱοῦ καὶ ἁγίου πνεύματος. ean de amphotera mē echēs, ekcheon eis tēn kephalēn tris hydōr eis onoma patros kai huiou kai hagiou pneumatos. En als je geen van beiden voorhanden hebt, giet [dan het] water drie keer over het hoofd in de Naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest.
4. πρὸ δὲ τοῦ βαπτίσματος προνηστευσάτω ὁ βαπτίζων καὶ ὁ βαπτιζόμενος καὶ εἴ τινες ἄλλοι δύναται· κελεύεις δὲ νηστεῦσαι τὸν βαπτιζόμενον πρὸ μιᾶς ἢ δύο. pro de tou baptismatos pronēsteusatō ho baptizōn kai ho baptizomenos kai ei tines alloi dynatai; keleueis de nēsteusai ton baptizomenon pro mias ē dyo. En laat voor de doop de doper en hem die gedoopt moet worden en alle anderen die daartoe in staat zijn [vasten]. En je zult [zeker] degene, die gedoopt moet worden, opdragen om een of twee dagen tevoren te vasten.

VIII Vasten en bidden

1. Αἱ δὲ νηστεῖαι ὑμῶν μὴ ἔστωσαν μετὰ τῶν ὑποκριτῶν. νηστεύουσι γὰρ δευτέρα σαββάτων καὶ πέμπτῃ· ὑμεῖς δὲ νηστεύσατε τετράδα καὶ παρασκευήν. HAi de nēsteiai hymōn mē estōsan meta tōn hypokritōn. nēsteuousi gar deutera sabbatōn kai pemptē; hymeis de nēsteusate tetrada kai paraskeuēn. Laat je vasten niet als die van de hypocrieten zijn, want zij vasten op tweede en de vijfde dag, maar jij vast op vierde en [de dag van] de voorbereiding (=vrijdag).
2. μηδὲ προσεύχεσθε ὡς οἱ ὑποκριταί, ἀλλ’ ὡς ἐκέλευσεν ὁ κύριος ἐν τῷ εὐαγγελίῳ αὐτοῦ, οὕτω προσεύχεσθε· Πάτερ ἡμῶν ὁ ἐν τῷ οὐρανῷ, ἁγιασθήτω τὸ ὄνομά σου, ἐλθέτω ἡ βασιλεία σου, γενηθήτω τὸ θέλημά σου ὡς ἐν οὐρανῷ καὶ ἐπὶ γῆς· τὸν ἄρτον ἡμῶν τὸν ἐπιούσιον δὸς ἡμῖν σήμερον, καὶ ἄφες ἡμῖν τὴν ὀφειλη ὡς καὶ ἡμεῖς ἀφίεμεν τοῖς οφειλέταις ἡμῶν, καὶ μὴ εἰσενέγκῃς ἡμᾶς εἰς πειρασμόν, ἀλλὰ ῥῦσαι ἡμᾶς ἀπὸ τοῦ πονηροῦ· ὅτι σοῦ ἐστιν ἡ δύναμις καὶ ἡ δόξα εἰς τοὺς αἰῶνας. mēde proseuchesthe hōs hoi hypokritai, all’ hōs ekeleusen ho kyrios en tō euangeliō autou, houtō proseuchesthe; Pater hēmōn ho en tō ouranō, hagiasthētō to onoma sou, elthetō hē basileia sou, genēthētō to thelēma sou hōs en ouranō kai epi gēs; ton arton hēmōn ton epiousion dos hēmin sēmeron, kai aphes hēmin tēn opheilē hōs kai hēmeis aphiemen tois opheiletais hēmōn, kai mē eisenenkēs hēmas eis peirasmon, alla rhysai hēmas apo tou ponērou; hoti sou estin hē dynamis kai hē doxa eis tous aiōnas. En bid niet zoals de huichelaars, maar zoals de Heer in Zijn Evangelie geboden heeft, bid aldus: "Onze Vader, die in de Hemel is, Uw Naam worde geheiligd, Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede, gelijk in de Hemel alzo ook op de aarde; geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schuld gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren, en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze, want de uwe is de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid." (Mat. 6:9-13; Luk. 11:2-4).
3. τρὶς τῆς ἡμέρας οὕτω προσεύχεσθε. tris tēs hēmeras houtō proseuchesthe. Bid zo drie keer per dag.

IX Voorschriften avondmaalviering

1. Περὶ δὲ τῆς εὐχαριστίας, οὕτως εὐχαριστήσατε· Peri de tēs eucharistias, houtōs eucharistēsate; En wat betreft de avondmaalsviering, houd de avondmaalsviering aldus:
2. πρῶτον περὶ τοῦ ποτηρίονυ Εὐχαριστοῦμεν σοι, πάτερ ἡμῶν, ὑπὲρ τῆς ἁγίας ἀμπέλου Δαυεὶδ τοῦ παιδός σου· σοὶ ἡ δόξα εἰς τοὺς αἰῶνας. prōton peri tou potēriony Eucharistoumen soi, pater hēmōn, hyper tēs hagias ampelou Daueid tou paidos sou; soi hē doxa eis tous aiōnas. Allereerst met betrekking tot de beker: "Wij danken U, onze Vader, voor de Heilige Wijnstok van David, Uw kind, dat U ons hebt bekendgemaakt door Jezus, Uw kind, tot U zij de heerlijkheid tot in der eeuwigheid."
3. περὶ δὲ τοῦ κλάσματος· Εὐχαριστοῦμέν σοι, πάτερ ἡμῶν, ὑπὲρ τῆς ζωῆς καὶ γνώσεως, ἧς ἐγνώρισας ἡμῖν διὰ Ἰησοῦ τοῦ παιδός σου. σοὶ ἡ δόξα εἰς τοὺς αἰῶνας. peri de tou klasmatos; Eucharistoumen soi, pater hēmōn, hyper tēs zōēs kai gnōseōs, hēs egnōrisas hēmin dia Iēsou tou paidos sou. soi hē doxa eis tous aiōnas. En aangaande het gebroken brood: "Wij danken U, onze Vader, voor het leven en de kennis, die U ons hebt bekendgemaakt door Jezus, uw Kind. Tot U zij de glorie tot in der eeuwigheid.
4. ὥσπερ ἦν τοῦτο τὸ κλάσμα διεσκορπισμένον ἐπάνω τῶν ὀρέων καὶ συναχθὲν ἐγένετο ἕν, οὕτω συναχθήτω σου ἡ ἐκκλησία ἀπὸ τῶν περάτων τῆς γῆς εἰς τὴν σὴν βασιλείαν. ὅτι σοῦ ἐστιν ἡ δόξα καὶ ἡ δύναμις διὰ Ἰησοῦ Χριστοῦ εἰς τοὺς αἰῶνας. hōsper ēn touto to klasma dieskorpismenon epanō tōn oreōn kai synachthen egeneto hen, houtō synachthētō sou hē ekklēsia apo tōn peratōn tēs gēs eis tēn sēn basileian. hoti sou estin hē doxa kai hē dynamis dia Iēsou Christou eis tous aiōnas. Zoals dit gebroken brood op de bergen werd verstrooid, maar werd samengebracht en één werd, zo laat uw Gemeente worden verzameld tot de uiteinden van de aarde in Uw Koninkrijk, want U bent de glorie en de kracht door Jezus Christus tot in der eeuwigheid."
5. μηδεὶς δὲ φαγέτω μηδὲ πιέτω ἀπὸ τῆς εὐχαριστίας ὑμῶν, ἀλλ’ οἱ βαπτισθέντες εἰς ὄνομα κυρίου· καὶ γὰρ περὶ τούτου εἴρηκεν ὁ κύριος· Μὴ δῶτε τὸ ἅγιον τοῖς κυσί. mēdeis de phagetō mēde pietō apo tēs eucharistias hymōn, all’ hoi baptisthentes eis onoma kyriou; kai gar peri toutou eirēken ho kyrios; Mē dōte to hagion tois kysi. Maar laat niemand van je avondmaalsviering eten of drinken, behalve degenen die in de Naam van de Heer zijn gedoopt. Want juist daarom zei de Heer: "Geef niet dat wat heilig is aan de honden." (Mat. 7:6)

X Avondmaalgebed

1. Μετὰ δὲ τὸ ἐμπλησθῆναι οὗτως εὐχαριστήσατε· Meta de to emplēsthēnai houtōs eucharistēsate; Maar nadat je verzadigd bent met eten, dank dan:
2. Εὐχαριστοῦμέν σοι, πάτερ ἅγιε, ὑπὲρ τοῦ ἁγίου ὀνόματός σου, οὗ κατεσκήνωσας ἐν ταῖς καρδίαις ἡμῶν, καὶ ὑπὲρ τῆς γνώσεως καὶ πίστεως καὶ ἀθανασίας, ἥς ἐγνώρισας ἡμῖν διὰ Ἰησοῦ τοῦ παιδός σου· σοὶ ἡ δόξα εἰς τοὺς αἰῶνας. Eucharistoumen soi, pater hagie, hyper tou hagiou onomatos sou, hou kateskēnōsas en tais kardiais hēmōn, kai hyper tēs gnōseōs kai pisteōs kai athanasias, hēs egnōrisas hēmin dia Iēsou tou paidos sou; soi hē doxa eis tous aiōnas. "Wij danken U, o Heilige Vader, voor Uw Heilige Naam, die Gij in onze harten tot tabernakel hebt gemaakt, en voor de kennis, het geloof en de onsterfelijkheid die Gij ons door Jezus, Uw Kind, hebt bekendgemaakt; Tot U zij de glorie tot in der eeuwigheid.
3. σύ, δέσποτα παντοκράτορ, ἔκτισας τὰ πάντα ἕνεκεν τοῦ ὀνόματός σου, τροφήν τε καὶ ποτὸν ἔδωκας τοῖς ἀνθρώποις εἰς ἀπόλαυσιν, ἵνα σοι εὐχαριστήσωσιν, ἡμῖν δὲ ἐχαρίσω πνευματικὴν τροφὴν καὶ ποτὸν καὶ ζωὴν αἰώνιον διὰ τοῦ παιδός σου. sy, despota pantokrator, ektisas ta panta heneken tou onomatos sou, trophēn te kai poton edōkas tois anthrōpois eis apolausin, hina soi eucharistēsōsin, hēmin de echarisō pneumatikēn trophēn kai poton kai zōēn aiōnion dia tou paidos sou. U, Here Almachtige, hebt alle dingen geschapen terwille van Uw Naam, en hebt aan mensheid voedsel gegeven om hen te behagen, opdat zij U zouden danken, maar U hebt [ons] door Uw Kind gezegend met geestelijk voedsel en drank en eeuwig licht.
4. πρὸ πάντων εὐχαριστοῦμέν σοι, ὅτι δυνατὸς εἶ· σοὶ ἡ δόξα εἰς τοὺς αἰῶνας. pro pantōn eucharistoumen soi, hoti dynatos ei; soi hē doxa eis tous aiōnas. Boven alles danken wij U dat U machtig bent. Tot U zij de glorie tot in der eeuwigheid.
5. μνήσθητι, κύριε, τῆς ἐκκλησίας σου, τοῦ ῥύσασθαι αὐτὴν ἐν τῇ ἀγάπῃ σου, καὶ σύναξον αὐτὴν ἀπὸ τῶν τεσσάρων ἀνέμων, τὴν ἁγιασθεῖσαν, εἰς τὴν σὴν βασιλείαν, ἣν ἡτοίμασας αὐτῇ· ὅτι σοῦ ἐστιν ἡ δύναμις καὶ ἡ δόξα εἰς τοὺς αἰῶνας. mnēsthēti, kyrie, tēs ekklēsias sou, tou rhysasthai autēn en tē agapē sou, kai synaxon autēn apo tōn tessarōn anemōn, tēn hagiastheisan, eis tēn sēn basileian, hēn hētoimasas autē; hoti sou estin hē dynamis kai hē doxa eis tous aiōnas. Herinner, Heer, Uw Gemeente, om die te verlossen van al het kwaad en het te vervolmaken in Uw liefde, en het samen te brengen in zijn heiligheid van de vier winden naar Uw koninkrijk dat U ervoor hebt voorbereid. Want de Uwe is de kracht en de glorie tot in der eeuwigheid.
6. ἐλθέτω χάρις καὶ παρελθέτω ὁ κόσμος οὗτος. Ὡσαννὰ τῷ θεῷ Δαυείδ. εἴ τις ἅγιός ἐστιν, ἐρχέσθω· εἴ τις οὐκ ἔστι, μετανοείτω· μαρὰν ἀθά· ἀμήν. elthetō charis kai parelthetō ho kosmos houtos. Hōsanna tō theō Daueid. ei tis hagios estin, erchesthō; ei tis ouk esti, metanoeitō; maran atha; amēn. Laat genade komen en laat deze wereld voorbijgaan. Hosanna voor de God van David. Als iemand heilig is, laat hem dan komen! indien iemand dat niet is, bekeer hem; [of] Maran atha; Amen."
7. τοῖς δὲ προφήταις ἐπιτρέπετε εὐχαριστεῖν ὅσα θέλουσιν. tois de prophētais epitrepete eucharistein hosa thelousin. Maar sta de profeten toe te danken zoveel ze willen.

XI Reizende leraars, apostelen en profeten

1. Ὃς ἂν οὖν ἐλθὼν διδάξῃ ὑμᾶς ταῦτα πάντα τὰ προειρημένα, δέξασθε αὐτόν· Hos an oun elthōn didaxē hymas tauta panta ta proeirēmena, dexasthe auton; Wie dan komt en je al deze [bovengenoemde] dingen leert, ontvang hem.
2. ἐὰν δὲ αὐτὸς ὁ διδάσκων στραφεὶς διδάσκῃ ἄλλην διδαχὴν εἰς τὸ καταλῦσαι, μὴ αὐτοῦ ἀκούσητε· εἰς δὲ τὸ προσθεῖναι δικαοσύνην καὶ γνῶσιν κυρίου, δέξασθε αὐτὸν ὡς κύριον. ean de autos ho didaskōn strapheis didaskē allēn didachēn eis to katalysai, mē autou akousēte; eis de to prostheinai dikaosynēn kai gnōsin kyriou, dexasthe auton hōs kyrion. Maar als de leraar zelf dwalend is en een ander onderwijs leert om deze [bovengenoemde] dingen te vernietigen, luister dan niet naar hem, maar als zijn lering is voor de toename van gerechtigheid en kennis van de Heer, ontvang hem dan als de Heer.
3. Περὶ δὲ τὼν ἀποστόλων καὶ προφητῶν, κατὰ τὰ δόγμα τοῦ εὐαγγελίου οὕτω ποιήσατε. Peri de tōn apostolōn kai prophētōn, kata ta dogma tou euangeliou houtō poiēsate. En met betrekking tot de apostelen en profeten, handel aldus volgens het voorschrift van het Evangelie.
4. πᾶς δὲ ἀπόστολος ἐρχόμενος πρὸς ὑμᾶς δεχθήτω ὡς κύριος· pas de apostolos erchomenos pros hymas dechthētō hōs kyrios; Laat elke apostel die naar je toe komt  worden ontvangen als de Heer [zelf],
5. οὐ μενεῖ δὲ εἰ μὴ ἡμέραν μίαν· ἐὰν δὲ ᾖ χρεία, καὶ τὴν ἄλλην· τρεῖς δὲ ἐὰν μείνῃ, ψευδοπροφήτης ἐστίν. ou menei de ei mē hēmeran mian; ean de ē chreia, kai tēn allēn; treis de ean meinē, pseudoprophētēs estin. maar laat hem niet langer dan één dag blijven, of indien nodig ook een tweede [dag]; maar als hij drie dagen blijft, is hij een valse profeet.
6. ἐξἐρχόμενος δὲ ὁ ἀπόστολος μηδὲν λαμβανέτω εἰ μὴ ἄρτον, ἕως οὗ αὐλισθῇ· ἐὰν δὲ ἀργυριον αἰτῇ, ψευδοπροφήτης ἐστί. exerchomenos de ho apostolos mēden lambanetō ei mē arton, heōs hou aulisthē; ean de argyrion aitē, pseudoprophētēs esti. En wanneer een apostel vertrekt, moet hij niets anders dan brood aanvaarden totdat hij de nacht van zijn [volgende]  onderkomen bereikt; maar als hij om geld vraagt, is hij een valse profeet.
7. Καὶ πάντα προφήτην λαλοῦντα ἐν πνεύματι οὐ πειράσετε οὐδὲ διακρινεῖτε· πᾶσα γὰρ ἁμαρτία ἀφεθήσεται, αὕτη δὲ ἡ ἁμαρτία οὐκ ἀφεθήσεται. Kai panta prophētēn lalounta en pneumati ou peirasete oude diakrineite; pasa gar hamartia aphethēsetai, hautē de hē hamartia ouk aphethēsetai. Test of onderzoek geen profeet die in de Geest spreekt, "want elke zonde zal worden vergeven, maar deze zonde zal niet worden vergeven." (Mat. 12:31; Mark. 3:29; Luk. 12:10)
8. οὐ πᾶς δὲ ὁ λαλῶν ἐν πνεύματι προφήτης ἐστίν, ἀλλ’ ἐὰν ἔχῃ τοὺς τρόπους κυρίου. ἀπὸ οὖν τῶν τρόπων γνωσθήσεται ὁ ψευδοπροφήτης καὶ ὁ προφήτης. ou pas de ho lalōn en pneumati prophētēs estin, all’ ean echē tous tropous kyriou. apo oun tōn tropōn gnōsthēsetai ho pseudoprophētēs kai ho prophētēs. Maar niet iedereen die in een geest spreekt, is een profeet, tenzij hij het doet op de wijze van de Heer. Uit zijn wijze van doen zal dan de valse profeet en de ware profeet bekend zijn.
9. καὶ πᾶς προφήτης ὁριζων τράπεζαν ἐν πνεύματι οὐ φάγεται ἀπ’ αὐτῆς, εἰ δὲ μήγε ψευδοπροφήτης ἐστί. kai pas prophētēs horizōn trapezan en pneumati ou phagetai ap’ autēs, ei de mēge pseudoprophētēs esti. En geen profeet, die in een geest om een maaltijd vraagt, zal daarvan eten; anders is hij een valse profeet.
10. πᾶς δὲ προφήτης διδάσκων τὴν ἀλήθειαν, εἰ ἃ διδάσκει οὐ ποιεῖ, ψευδοπρφήτης ἐστί. pas de prophētēs didaskōn tēn alētheian, ei ha didaskei ou poiei, pseudoprphētēs esti. En elke profeet die de waarheid leert, en niet doet wat hij leert, is een valse profeet.
11. πᾶς δὲ προφήτης δεδοκιμασμένος, ἀληθινός, ποιῶν εἰς μυστήριον κοσμικὸν ἐκκλησίας, μὴ διδάσκων δὲ ποιεῖν, ὅσα αὐτὸς ποιεῖ, οὐ κριθήσεται ἐφ’ ὑμῶν· μετὰ θεοῦ γὰρ ἔχει τὴν κρίσιν· ὡσαύτως γὰρ ἐποίησαν καὶ οἱ ἀρχαῖοι προφῆται. pas de prophētēs dedokimasmenos, alēthinos, poiōn eis mystērion kosmikon ekklēsias, mē didaskōn de poiein, hosa autos poiei, ou krithēsetai eph’ hymōn; meta theou gar echei tēn krisin; hōsautōs gar epoiēsan kai hoi archaioi prophētai. En iedere profeet die beproeft is en oprecht is, en uitvoert het mysterie van de Gemeente in de wereld, als hij anderen niet leert om te doen wat hij zelf doet, zal niet door je worden geoordeeld: want God zal over hem oordelen, want zo deden ook de profeten van vroeger.
12. ὃς δ’ ἂν εἴπῃ ἐν πνεύματι· δός μοι ἀργύρια ἢ ἕτερά τινα, οὐκ ἀκούσεσθε αὐτοῦ· ἐὰν δὲ περὶ ἄλλων ὑστερούντων εἴπῃ δοῦναι, μηδεὶς αὐτὸν κρινέτω. hos d’ an eipē en pneumati; dos moi argyria ē hetera tina, ouk akousesthe autou; ean de peri allōn hysterountōn eipē dounai, mēdeis auton krinetō. En wie in een geest zegt: "Geef me geld, of iets anders," dan zul je niet naar hem luisteren; maar als hij je namens anderen, die noodruftig zijn, te geven, laat niemand hem beoordelen.

XII Reizende christenen

1. Πᾶς δὲ ὁ ἐρχόμενος ἐν ὀνόματι κυρίου δεχθήτω· ἔπειτα δὲ δοκιμάσαντες αὐτὸν γνώσεσθε, σύνεσιν γὰρ ἕξετε δεξιὰν καὶ ἀριστεράν. Pas de ho erchomenos en onomati kyriou dechthētō; epeita de dokimasantes auton gnōsesthe, synesin gar hexete dexian kai aristeran. Laat iedereen die komt in de Naam van de Heer worden ontvangen; maar wanneer je hem hebt beproefd, zult je hem kennen, want je zult waar en onwaar kunnen onderscheiden.
2. εἰ μὲν παρόδιός ἐστιν ὁ ἐρχόμενος, βοηθεῖτε αὐτῷ, ὅσον δύνασθε· οὐ μενεῖ δὲ πρὸς ὑμᾶς εἰ μὴ δύο ἢ τρεῖς ἡμέρας, ἐὰν ᾖ ἀνάγκη. ei men parodios estin ho erchomenos, boētheite autō, hoson dynasthe; ou menei de pros hymas ei mē dyo ē treis hēmeras, ean ē anankē. Als hij die komt, een reiziger is, help hem dan zo veel als je kunt, maar hij zal niet langer dan twee dagen bij je blijven, of, indien nodig, drie.
3. εἰ δὲ θέλει πρὸς ὑμᾶς καθῆσθαι, τεχνίτης ὤν, ἐργαζέσθω καὶ φαγέτω. ei de thelei pros hymas kathēsthai, technitēs ōn, ergazesthō kai phagetō. En als hij zich bij je wil vestigen en een ambacht heeft, laat hem voor zijn brood werken.
4. εἰ δὲ οὐκ ἔχει τέχνην, κατὰ τὴν σύνεσιν ὑμῶν προνοήσατε, πῶς μὴ ἀργὸς μεθ’ ὑμῶν ζήσεται Χριστιανός. ei de ouk echei technēn, kata tēn synesin hymōn pronoēsate, pōs mē argos meth’ hymōn zēsetai Christianos. Maar als hij volgens jouw inzicht geen ambacht heeft, geeft hem werk, zodat niemand in ledigheid bij jou zal leven, omdat hij een christen is. (2 Thes. 3:10)
5. εἰ δ’ οὐ θέλει οὑτω ποιεῖν, χριστέμπορός ἐστι· προσέχετε ἀπὸ τῶν τοιούτων. ei d’ ou thelei houtō poiein, christemporos esti; prosechete apo tōn toioutōn. Maar als hij dat niet wil, maakt hij een [winstgevende] zaak van Christus; pas op voor dergelijke.

XIII Profeten die blijven en eerstelingen geven

1. Πᾶς δὲ προφήτης ἀληθινὸς θέλων καθῆσθαι πρὸς ὑμᾶς ἄξιός ἐστι τῆς τροφῆς αὐτοῦ. Pas de prophētēs alēthinos thelōn kathēsthai pros hymas axios esti tēs trophēs autou. Maar iedere ware profeet die zich onder je wil vestigen, is zijn voedsel waardig.
2. ὡσαύτως διδάσκαλος ἀληθινός ἐστιν ἄξιος καὶ αὐτὸς ὥσπερ ὁ ἐργάτης τῆς τροφῆς αὐτοῦ. hōsautōs didaskalos alēthinos estin axios kai autos hōsper ho ergatēs tēs trophēs autou. Evenzo is een echte leraar, net als de werkman, zelf zijn voedsel waardig.
3. πᾶσαν οὖν ἀπαρχὴν γεννημάτων ληνοῦ καὶ ἅλωνος, βοῶν τε καὶ προβάτων λαβὼν δώσεις τὴν ἀπαρχὴν τοῖς προφήταις· αὐτοὶ γάρ εἰσιν οἱ ἀρχιερεῖς ὑμῶν. pasan oun aparchēn gennēmatōn lēnou kai halōnos, boōn te kai probatōn labōn dōseis tēn aparchēn tois prophētais; autoi gar eisin hoi archiereis hymōn. Daarom zult je de eerstelingen van de wijngaard en van de dorsvloer, en stieren en schapen nemen; en je zult ze geven als eerstelingen aan de profeten; want zij zijn jouw hogepriesters.
4. ἐὰν δὲ μὴ ἔχητε προφήτην, δότε τοῖς πτωχοῖς. ean de mē echēte prophētēn, dote tois ptōchois. Maar als je geen profeet hebt, geef die dan aan de armen.
5. ἐὰν σιτίαν ποιῇς, τὴν ἀπαρχὴν λαβὼν δὸς κατὰ τὴν ἐντολήν. ean sitian poiēs, tēn aparchēn labōn dos kata tēn entolēn. Als je brood bereid, neem de eerstelingen en geef deze volgens het gebod. (Lev. 10:14; Num. 18:11)
6. ὡσαύτως κεράμιον οἴνου ἢ ἐλαίου ἀνοίξας, τὴν ἀπαρχὴν λαβὼν δὸς τοῖς προφήταις· hōsautōs keramion oinou ē elaiou anoixas, tēn aparchēn labōn dos tois prophētais; Evenzo, wanneer je een pot wijn of olie opent, geef de eerstelingen aan de profeten.
7. ἀργυρίου δὲ καὶ ἱματισμοῦ καὶ παντὸς κτήματος λαβὼν τὴν ἀπαρχήν, ὡς ἂν σοι δόξῃ, δὸς κατὰ τὴν ἐντολήν. argyriou de kai himatismou kai pantos ktēmatos labōn tēn aparchēn, hōs an soi doxē, dos kata tēn entolēn. Neem ook van je geld en kleding, en van al uw bezittingen, de eerstelingen, zoals het je het beste lijkt, en geef volgens het gebod.

XIV Zondagsamenkomst

1. Κατὰ κυριακὴν δὲ κυρίου συναχθέντες κλάσατε ἄρτον καὶ εὐχαριστήσατε, προεξομολογησάμενοι τὰ παραπτώματα ὑμῶν, ὅπως καθαρὰ ἡ θυσία ὑμῶν ᾐ. Kata kyriakēn de kyriou synachthentes klasate arton kai eucharistēsate, proexomologēsamenoi ta paraptōmata hymōn, hopōs kathara hē thysia hymōn ē. Kom op de dag des Heren (=zondag, cf. Opb. 1:10) samen, breek brood en houd het avondmaal, nadat je jouw overtredingen hebt beleden opdat je offer zuiver mag zijn;
2. πᾶς δὲ ἔχων τὴν ἀμφιβολίαν μετὰ τοῦ ἑταίρου αὐτοῦ μὴ συνελθέτω ὑμῖν, ἕως οὗ διαλλαγῶσιν, ἵνα μὴ κοινωθῇ ἡ θυσία ὑμῶν. pas de echōn tēn amphibolian meta tou hetairou autou mē synelthetō hymin, heōs hou diallagōsin, hina mē koinōthē hē thysia hymōn. maar laat niemand die ruzie heeft met zijn medemens, deelnemen aan jouw samenkomst totdat zij verzoend zijn, opdat je offer niet verontreinigd wordt.
3. αὕτη γάρ ἐστιν ἡ ῥηθεῖσα ὑπὸ κυρίου· Ἐν παντὶ τόπῳ καὶ χρόνῳ προσφέρειν μοι θυσίαν καθαράν. ὅτι βασιλεὺς μέγας εἰμί, λέγει κύριος, καὶ τὸ ὄνομά μου θαυμαστὸν ἐν τοῖς ἔθνεσι. hautē gar estin hē rhētheisa hypo kyriou; En panti topō kai chronō prospherein moi thysian katharan. hoti basileus megas eimi, legei kyrios, kai to onoma mou thaumaston en tois ethnesi. Want dit is datgene wat door de Heer werd gesproken: "Geef Mij in alle plaats en tijd een rein offer, want ik ben een Grote Koning, zegt de Here, en Mijn Naam groot onder de heidenen." (Mal. 1:11)

XV Opzieners en diakenen

1. Χειροτονήσατε οὖν ἑαυτοῖς ἐπισκόπους καὶ διακόνους ἀξίους τοῦ κυρίου, ἄνδρας πραεῖς καὶ ἀφιλαργύρους καὶ ἀληθεῖς καὶ δεδοκιμασμένους· ὑμῖν γὰρ λειτουργοῦσι καὶ αὐτοὶ τὴν λειτουργίαν τῶν προφητῶν καὶ διδασκάλων. Cheirotonēsate oun heautois episkopous kai diakonous axious tou kyriou, andras praeis kai aphilargyrous kai alētheis kai dedokimasmenous; hymin gar leitourgousi kai autoi tēn leitourgian tōn prophētōn kai didaskalōn. Stel daarom voor jezelf opzieners en diakenen aan die de Heer waardig zijn, zachtmoedige mannen, en geen geldliefhebbers, en waarheidsgetrouw en goedgekeurd, want ook zij doen voor jou de bediening van de profeten en leraren.
2. μὴ οὖν ὐπερίδητε αὐτούς· αὐτοὶ γὰρ εἰσιν οἱ τετιμημένοι ὑμῶν μετὰ τῶν προφητῶν καὶ διδασκάλων. mē oun yperidēte autous; autoi gar eisin hoi tetimēmenoi hymōn meta tōn prophētōn kai didaskalōn. Veracht ze daarom niet, want zij zijn [onder] jouw de eervolle mannen samen met de profeten en leraren.
3. Ἐλέγχετε δὲ ἀλλήλους μὴ ἐν ὀργῇ, ἀλλ’ ἐν εἰρήνῃ ὡς ἔχετε ἐν τῷ εὐαγγελίῳ· καὶ παντὶ ἀστοχοῦντι κατὰ τοῦ ἑτέρου μηδεὶς λαλείτω μηδὲ παρ’ ὑμῶν ἀκουέτω, ἕως οὗ μετανοήσῃ. Elenchete de allēlous mē en orgē, all’ en eirēnē hōs echete en tō euangeliō; kai panti astochounti kata tou heterou mēdeis laleitō mēde par’ hymōn akouetō, heōs hou metanoēsē. En bestraf elkaar niet in toorn, maar in vrede zoals je vindt in het Evangelie, en laat niemand spreken met iemand die onrecht heeft gedaan aan zijn naaste, en laat hem geen woord van je horen voordat hij berouw toont.
4. τὰς δὲ εὐχὰς ὑμῶν καὶ τὰς ἐλεημοσύνας καὶ πάσας τὰς πράξεις οὕτω ποιήσατε, ὡς ἔχετε ἐν τῷ εὐαγγελίῳ τοῦ κυρίου ἡμῶν. tas de euchas hymōn kai tas eleēmosynas kai pasas tas praxeis houtō poiēsate, hōs echete en tō euangeliō tou kyriou hēmōn. Maar [laten] je gebeden en aalmoezen en al je daden zijn zoals wat je in het Evangelie van onze Heer leest.

XVI Waakzaamheid en wederkomst van de Heere

1. Γρηγορεῖτε ὑπὲρ τῆς ζωῆς ὑμῶν· οἱ λύχνοι ὑμῶν μὴ σβεσθήτωσαν, καὶ αἱ ὀσφύες ὑμῶν μὴ ἐκλυέσθωσαν, ἀλλὰ γίνεσθε ἕτοιμοι· οὐ γὰρ οἴδατε τὴν ὥραν, ἐν ᾗ ὁ κύριος ἡμῶν ἔρχεται. Grēgoreite hyper tēs zōēs hymōn; hoi lychnoi hymōn mē sbesthētōsan, kai hai osphyes hymōn mē eklyesthōsan, alla ginesthe hetoimoi; ou gar oidate tēn hōran, en hē ho kyrios hēmōn erchetai. Waakt over uw leven: laat je lampen niet worden gedoofd en uw lendenen omgord, wees gereed, want gij weet niet het uur waarin onze Here komt".
2. πυκνῶς δὲ συναχθήσεσθε ζητοῦντες τὰ ἀνήκοντα ταῖς ψυχαῖς ὑμῶν· οὐ γὰρ ὠφελήσει ὑμᾶς ὁ πᾶς χρόνος τῆς πίστεως ὑμῶν, ἐὰν μὴ ἐν τῷ ἐσχάτῳ καιρῷ τελειωθῆτε. pyknōs de synachthēsesthe zētountes ta anēkonta tais psychais hymōn; ou gar ōphelēsei hymas ho pas chronos tēs pisteōs hymōn, ean mē en tō eschatō kairō teleiōthēte. Kom veelvuldig samen en zoek dingen die winstgevend zijn voor jullie zielen, want de hele tijd van uw geloof zal je niet ten goede komen, tenzij je op het laatste moment volmaakt wordt bevonden;
3. ἐν γὰρ ταῖς ἐσχάταις ἡμέραις πληθυνθήσονται οἱ ψευδοπροφῆται καὶ οἱ φθορεῖς, καὶ στραφήσονται τὰ πρόβατα εἰς λύκους, και ἡ ἀγάπη στραφήσεται εἰς μῖσος. en gar tais eschatais hēmerais plēthynthēsontai hoi pseudoprophētai kai hoi phthoreis, kai straphēsontai ta probata eis lykous, kai hē agapē straphēsetai eis misos. want in de laatste dagen zullen de valse profeten en de bedriegers vermenigvuldigd worden, en de schapen zullen veranderd worden in wolven, en de liefde zal veranderen in haat;
4. αὐξανούσης γὰρ τῆς ἀνομίας μισήσουσιν ἀλλήλους καὶ διώξουσι καὶ παραδώσουσι, καὶ τότε φανήσεται ὁ κοσμοπλανὴς ὡς υἱὸσ θεοῦ, καὶ ποιήσει σημεῖα καὶ τέρατα, καὶ ἡ γῆ παραδοθήσεται εἰς χεῖρας αὐτοῦ, καὶ ποιήσει ἀθέμιτα, ἃ οὐδέποτε γέγονεν ἐξ αἰῶνος. auxanousēs gar tēs anomias misēsousin allēlous kai diōxousi kai paradōsousi, kai tote phanēsetai ho kosmoplanēs hōs huios theou, kai poiēsei sēmeia kai terata, kai hē gē paradothēsetai eis cheiras autou, kai poiēsei athemita, ha oudepote gegonen ex aiōnos. want naarmate de wetteloosheid groter wordt, zullen zij elkaar haten en vervolgen en verraden, en dan zal de bedrieger van de wereld als een Zoon van God verschijnen en tekenen en wonderen doen en de aarde zal in zijn handen worden gegeven en hij zal ongerechtigheden begaan die nooit zijn geweest vanaf het begin.
5. τότε ἥξει ἡ κτίσις τῶν ἀνθρώπων εἰς τὴν πύρωσιν τῆς δοκιμασίας, καὶ σκανδαλισθήσονται πολλοὶ καὶ ἀπολοῦνται, οἱ δὲ ὑπομείναντες ἐν τῇ πίστει αὐτῶν σωθήσονται ὑπ’ αὐτου τοῦ καταθέματος. tote hēxei hē ktisis tōn anthrōpōn eis tēn pyrōsin tēs dokimasias, kai skandalisthēsontai polloi kai apolountai, hoi de hypomeinantes en tē pistei autōn sōthēsontai hyp’ autou tou katathematos. Dan zal de schepping van de mensheid tot het vurige proces komen en velen zullen geërgerd worden en verloren zijn, maar zij die volharden in hun geloof zullen gered worden van de vloek zelf.
6. καὶ τότε φανήσεται τὰ σημεῖα τῆς ἀληθείας· πρῶτον σημεῖον ἐκπετάσεως ἐν οὐρανῷ, εἶτα σημεῖον φωνῆς σάπιγγος, καὶ τὸ τρίτον ἀνάστασις νεκρῶν. kai tote phanēsetai ta sēmeia tēs alētheias; prōton sēmeion ekpetaseōs en ouranō, eita sēmeion phōnēs sapingos, kai to triton anastasis nekrōn. En dan zullen de tekenen verschijnen van de waarheid. Eerst het teken van het uitspreiden van de hemel, daarna het teken van het geluid van de bazuin en ten derde de opstanding van de doden: (Mat. 24:31)
7. οὐ πάντων δέ, ἀλλ’ ὡς ἐρρέθη· Ἥξει ὁ κύριος καὶ πάντες οἱ ἅγιοι μετ’ αὐτοῦ.
ou pantōn de, all’ hōs errethē; Hēxei ho kyrios kai pantes hoi hagioi met’ autou.
maar niet van alle doden, maar zoals er werd gezegd: De Heer zal komen en al zijn heiligen met hem. (Mat. 25:31; Jud. 1:14)
8. τότε ὄψεται ὁ κόσμος τὸν κύριον ἐρχόμενον ἐπάνω τῶν νεφελῶν τοῦ οὐρανοῦ. tote opsetai ho kosmos ton kyrion erchomenon epanō tōn nephelōn tou ouranou. Dan zal de wereld de Heer zien komen op de wolken van de hemel. (Mat. 24:30)

Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!