Oog (v. God)
עַיִן H5869 "bron, oog, oogsteen",

Zie ook: God gezien, God, Godheid, Oog (doorverwijspagina),

Inhoud

Bijbel

Zie tabblad "Bijbel" waar verschillende teksten worden genoemd over de ogen van God.

In 1 Petr. 3:12 lezen we dat "de ogen des Heeren zijn over de rechtvaardigen", terwijl we in Spr. 15:3 lezen dat "De ogen des HEEREN zijn in alle plaatsen, beschouwende de kwaden en de goeden". In Ps. 11:4 lezen we "De HEERE is in het paleis Zijner heiligheid, des HEEREN troon is in den hemel; Zijn ogen aanschouwen, Zijn oogleden proeven de mensenkinderen" waaruit blijkt dat God dit vanuit de hemel doet.

De associatie van een oog met het concept van de Goddelijke Voorzienigheid komt voor het eerst voor in de Renaissance iconografie, waar het een expliciet beeld was van de Christelijke Drieëenheid. Zeventiende-eeuwse voorstellingen zijn soms omringd door wolken en zonnestralen (Potts, Albert M. The World's Eye, University Press of Kentucky. pp. 68–78). Pas later, in 1797, werd het na een publicatie in Thomas Smith Webb's Freemasons Monitor in verband gebracht met de vrijmetselarij (S. Brent Morris, "The Eye in the Pyramid", Short Talk Bulletin of the Masonic Service Association of the United States).


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!