Pluralis majestatis

Zie ook: Grammatica,

Pluralis majestatis (uit Latijn: pluralis maiestatis, letterlijk meervoud van verhevenheid; ook: majesteitsmeervoud of koninklijk meervoud. Is het gebruik van het meervoud terwijl men (in de hedendaagse grammatica) naar zichzelf verwijst, dus in plaats van "ik", om de eigen belangrijkheid te benadrukken.

Bij Semitische talen werd het vroeger ook wel een pluralis intensivus (J.P. Lettinga, §24.k; B.K. Waltke, §7.4.3.a; Aaron Ember, "The Pluralis Intensivus in Hebrew" in The American Journal of Semitic Languages and Literatures Vol. 21, No. 4 (Jul., 1905), pp. 195-231), of een pluralis excellentiae (Gesenius, Hebrew Grammar, (1909), 124 g-i, 132 h, 124 a-c, 135 p) genoemd, en slaat dan op het 'allerbelangrijkste' of het 'totaal' van het onderwerp.


Bijbel

De pluralis majestatis zien we meermalen terug in de Bijbel (Gen. 1:26; 24:92 Sam. 7: 23; 2 Kon. 22:20; Spr. 9:1; 9:10; Jes. 54:5; Jer. 23:36; Mal. 1:6) en worden in het Hebreeuws meestal gebruikt wanneer er wordt gerefereerd naar God of naar Israël (John C. Beckman, "Pluralis Majestatis: Biblical Hebrew", Encyclopedia of Hebrew Language and Linguistics (red. Geoffrey Khan), (2013), Vol. 3 p. 145-146; Christo H. van der Merwe, Biblical Hebrew Reference Grammar, (1999), p. 363; Ronald James Williams & John C. Beckman, Williams' Hebrew Syntax, (2007), p. 2). Gesenius noemt dit een pluralis excellentiae (Gesenius, Hebrew Grammar, (1909), 124 g-i, 132 h, 124 a-c, 135 p), terwijl Lettinga en Waltke het omschrijven als een pluralis intensivus (J.P. Lettinga, §24.k; B.K. Waltke, §7.4.3.a).

Het woord אֱלֹהִים H430 "Heere" wordt als een specifiek soort pluralis majestatis of pluralis intensivus gezien (zie de woordstudie). We zien dit ook terug bij het meervoudige קְדֹשִׁ֖ים H6918 kadoshim "het Allerheiligste" (alleen van JHWH, Hos. 12:1, Spr. 9:10, 30:3 - cf. אֱלֹהִ֥ים קְדֹשִׁ֖ים ’ĕlōhîm qəḏōšîm in Jozua 24:19 en het enkelvoudige Aramees קַדִּישֵׁ֖י H6922 qadîšê "de Allerhoogste", Dan. 7:18, 22, 25). Ook de בְּהֵמוֹת H930 "Behemoth" (Job 40:15, 16 "zijn") kunnen we als dusdanig beschouwen (B.K. Waltke, §7.4.3.a).


Koop nu


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!