Henoch (boeken)

Zie ook: 4Q204, Apocriefe werken, Henoch (1),

De boeken van Henoch is een oud Joods werk, welke wordt toegeschreven aan Henoch, bestaande uit vijf boeken die oorspronkelijk afzonderlijke werken waren die in verschillende perioden zijn geschreven (Vanderkam & Nickelsburg, 1 Enoch, pp. 1ff (ie. preface summary), pp. 7–8):

  1. Het boek van de Wachters (1-36)
  2. Het boek van de parabels (37-71)
  3. Het boek van de hemellichten (72-82)
  4. Het boek van de droomvisioenen (83-90)
  5. De brief van Henoch (91-107)


Bijbel

In het Nieuwe Testament wordt het boek een paar keer geciteerd, zoals Judas 1:1415 welke ook voorkomt in 4QEnoch (=4Q204[4QENAR]) Col. I 16–18. Dat in de brief van Judas een citaat uit dit geschrift voorkomt is op zich niet voldoende om te stellen dat het desbetreffende geschrift daarom automatisch heilig is en eigenlijk behoort tot de canon. Het geciteerde geeft niet aan dat Judas daarom geloofde dat het geschrift door Henoch zelf werd geschreven (voor de zondvloed), of dat hij het als een midrash (=Joodse methode van exegese van Bijbelse teksten) zag van Deut 33:23 (Vanderkam & Nickelsburg, zie index op Judas).

Mogelijk ook in de brieven van Petrus wordt dit geschrift geciteerd (1 Petr. 3:1920; 2 Petr. 2:45; cf. M. Williams, p. 202).


Apocrief

Onder de Joden werden de boeken niet erkend omdat ze allen van vrij late datum zijn (C. Evans), de oudste delen zijn nl. van 200–150 v.C. of later en werden alleen in de beginperiode door de bewoners van Qumran gebruikt (Vanderkam, Meaning of the Dead Sea scrolls, p. 196)

De boeken worden door kerkvaders als Athenagoras (Embassy for the Christians 24), Clement of Alexandria (Eclogae prophetice II), Irenaeus (Adversus haereses IV,16,2) en Tertullian (De cultu foeminarum I,3; De Idolatria XV) aangehaald. Waarbij de laatste stelde dat ze door de Joden werden afgewezen omdat ze profetieën bevatten over de komst van Jezus (The Ante-Nicene Fathers, vol 4.16: On the Apparel of Women (De cultu foeminarum) I.3: "Concerning the Genuineness of 'The Prophecy of Enoch'"), hierbij vergetend dat al veel eerder door Ezra deze niet in de canon waren opgenomen. Niet voor niets dat andere kerkvaders de canoniciteit ervan betwisten en als apocrief zagen (Gerome, Catal. Script. Eccles. 4).


Bronnen

Een elftal fragmenten van het geschrift, in het Aramees, zijn gevonden in grot 4 van Qumran:

Ook in grot 1 van Qumran zijn drie kleine fragmenten in het Hebreeuws gevonden (8:4–9:4, 106).


Koop nu


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!