Schaduw
ἀποσκίασμα G644 "verduistering, schaduw geven", ἐπισκιάζω G1982 "schaduw werpen", κατασκιάζω G2683 "beschaduwen, bedekken", σκιά G4639 "schaduw, schets, hoofdlijn, afschaduwing", צֶאֶל H6628 "schaduwachtige boom, lotusboom", צֵלֶל H6752 "schaduw",

Zie ook: Licht,

Schaduw ontstaat als het licht van een lichtbron geheel of gedeeltelijk wordt tegengehouden door een object. Een voorwaarde voor het ontstaan van schaduw is aldus dat er een lichtbron en een object aanwezig moeten zijn. Er kan sprake zijn van een natuurlijke lichtbron (bijvoorbeeld de zon) of een kunstmatige lichtbron (bijvoorbeeld een lamp).

Inhoud

Bijbel

Schaduw wordt vaak in de Bijbel in verband gebracht met als de zon opkomt (Hoogl. 2:17; 4:6) of ondergaat (Jer. 6:4). In andere gevallen is het de schaduw die ontstaat als de zon door iets wordt tegengehouden (Mark. 4:32), zoals een wolk (Mat. 17:5; Mark. 9:7; Luk. 9:34), waarbij in het bijzonder de schaduw van mensen, zoals bij Petrus waardoor anderen genazen (Hand. 5:15).

Symbolisch wordt het vaak gebruikt als een zwakke schets van wat gaat komen (Jak. 1:17; Col. 2:17; Hebr. 8:5; 10:1), of om het tegengestelde van licht weer te geven "die zaten in het land en de schaduwe des doods, denzelven is een licht opgegaan" (Mat. 4:16). "die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods" (Luk. 1:79).



Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!