Kanselier
בְּעֵל H1169 "kanselier , landvoogd", זָכַר H2142 "gedachtig zijn, denken aan, bedenken, kanselier, vermelden, gedenken",

Zie ook: Ambtenaar, Heerser, Stadhouder,

Kanselier (Hebreeuws זָכַר H2142, Aramees בְּעֵל H1169), een hoogwaardigheidsbekleder aan het hof van een koning.

Inhoud

Bijbel

Het is enigszins onduidelijk wat de exacte functie is van een kanselier. Een van de taken zou kunnen zijn geweest dat hij de koning moest herinneren aan alle belangrijke gebeurtenissen en hem daarover te adviseren. Echter hij kon ook optreden namens de koning (2 Kon. 18:18).

Kanseliers welke bij name worden genoemd in de Bijbel zijn Josafat (2 Sam. 8:16; 20:24; 1 Kon. 4:3; 1 Kron. 18:15), Joah (2 Kon. 18:18, 37; Jes. 36:3, 22), Joha of Joah (2 Kron. 34:8) en Rehum (Ezra 4:8, 9, 17).



Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!