Zachtmoedig
πρᾳότης G4236 "zachtmoedigheid, mildheid, vriendelijkheid", πραΰς G4239 "zachtheid, liefelijkheid, vriendelijkheid", πραΰτης G4240 "zachtmoedigheid, mildheid, vriendelijkheid", עָנָו H6035 "humble, lowly, poor, meek, vr meek",

Zachtmoedig (Hebreeuws עָנָו H6035, Grieks πραΰς G4239), zacht van gemoed, niet geneigd tot heftigheid, zich gemakkelijk schikkend (Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal).

Zachtmoedigheid is in wezen een ware kijk op onszelf: ze komt tot uitdrukking in onze houding en ons gedrag tegenover anderen. Zachtmoedigheid bestaat daarom uit twee zaken: de houding tegenover mezelf; en de uitdrukking daarvan in mijn verhouding tot anderen (ds. F. van Roest, "Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven Mattheus 5:5", 2013).

Inhoud

Bijbel

Het woord is vooral bekend vanwege een van de zaligsprekingen "Zalig [zijn] de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beërven" (Mat. 5:5; Ps. 37:11).

In de Bijbel worden slechts tweemaal van iemand gezegd dat die zachtmoedig is: Mozes (Num. 12:3) en Jezus (Mat. 21:5; 2 Cor. 10:1; cf. Mat. 11:29). Ook van God wordt gezegd dat Hij zachtmoedig is (Ps. 18:36).


Aangemaakt op 7 december 2018


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!