Tucht
ἐκδικέω G1556 "beschermen, bestraffen (iets)", παιδεύω G3811 "kinderen opvoeden, opleiden, trainen", σωφρονίζω G4994 "beteugelen, matigen, tuchtigen, vermanen", יָכַח H3198 "tuchtigen, straffen, bestraffen, rechtspreken, berispen naarstiglijk -, berispen", יָסַר H3256 "tuchtigen, hard kastijden, vermanen, onderrichten, onderwijzen, kastijden", מוּסָר H4148 "correction, check, instruction, chasten,", תּוֹכֵחָה H8433 "tuchtiging, straf, bewijs, betoog, argument",

Zie ook: Onderwijs,

In de Bijbelse betekenis onderwijzing, instructie, corrigeren in de positieve zin des woords. Niet zoals tegenwoordig vaak wordt verstaan een straf of strafoplegging.


Bijbel

Tucht is een onderdeel van de opvoeding van kinderen. De spreukendichter wijst erop dat het zo nuttig is de vaderlijke tucht en de onderwijzing van een moeder niet te verwerpen, maar er zich aan te onderwerpen (Spr. 1:8, 13:1). Niet alleen door ouders wordt tuchtiging toegepast, maar op eenzelfde wijze ook door God, zo lezen we "Mijn zoon! verwerp de tucht des HEEREN niet, en wees niet verdrietig over Zijn kastijding" (Spr. 3:11) en "Welgelukzalig is de man, o HEERE! dien Gij tuchtigt, en dien Gij leert uit Uw wet" (Ps. 94:12).


Terminologie

zn v tucht ( mv) [tʏxt] strenge leiding;= discipline; De daad van opvoeden, onderwijzen, straffen en aan zekere regels onderwerpen. (WNT, tucht), later ook straffen en dan in het bijzonder lichamelijk straffen (WNT, tuchten).


Koop nu


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!