Jesaja 51:17

SVWaak op, waak op, sta op, Jeruzalem! gij, die gedronken hebt van de hand des HEEREN den beker Zijner grimmigheid; den droesem van den beker der zwijmeling hebt gij gedronken, [ja,] uitgezogen.
WLCהִתְעֹורְרִ֣י הִֽתְעֹורְרִ֗י ק֚וּמִי יְר֣וּשָׁלִַ֔ם אֲשֶׁ֥ר שָׁתִ֛ית מִיַּ֥ד יְהוָ֖ה אֶת־כֹּ֣וס חֲמָתֹ֑ו אֶת־קֻבַּ֜עַת כֹּ֧וס הַתַּרְעֵלָ֛ה שָׁתִ֖ית מָצִֽית׃
Trans.hiṯə‘wōrərî hiṯə‘wōrərî qûmî yərûšālaim ’ăšer šāṯîṯ mîyaḏ JHWH ’eṯ-kwōs ḥămāṯwō ’eṯ-quba‘aṯ kwōs hatarə‘ēlâ šāṯîṯ māṣîṯ:

Algemeen

Zie ook: Hand (lichaamsdeel), Jeruzalem
Obadja 1:16, Zacharia 12:2

Aantekeningen

Waak op, waak op, sta op, Jeruzalem! gij, die gedronken hebt van de hand des HEEREN den beker Zijner grimmigheid; den droesem van den beker der zwijmeling hebt gij gedronken, [ja,] uitgezogen.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

הִתְעוֹרְרִ֣י

Waak op

הִֽתְעוֹרְרִ֗י

waak op

ק֚וּמִי

sta op

יְר֣וּשָׁלִַ֔ם

Jeruzalem

אֲשֶׁ֥ר

-

שָׁתִ֛ית

gij, die gedronken hebt

מִ

-

יַּ֥ד

van de hand

יְהוָ֖ה

des HEEREN

אֶת־

-

כּ֣וֹס

den beker

חֲמָת֑וֹ

Zijner grimmigheid

אֶת־

-

קֻבַּ֜עַת

den droesem

כּ֧וֹס

van den beker

הַ

-

תַּרְעֵלָ֛ה

der zwijmeling

שָׁתִ֖ית

hebt gij gedronken

מָצִֽית

uitgezogen


Waak op, waak op, sta op, Jeruzalem! gij, die gedronken hebt van de hand des HEEREN den beker Zijner grimmigheid; den droesem van den beker der zwijmeling hebt gij gedronken, [ja,] uitgezogen.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!