Orion
כְּסִיל H3685 "Orion (sterrenbeeld)", נְפִיל H5303 "reuzen, Nephiliem, Orion",

Orion (Hebreeuws כְּסִיל H3685), een sterrenbeeld.

Inhoud

Bijbel

In de Bijbel wordt het sterrenbeeld כְּסִיל H3685 kəsîl "de dwaas" genoemd (Job 9:9; 38:31; Jes. 13:10; Amos 5:8). Alleen in Jesaja 13:10 komt het in de meervoudsvorm voor en wordt om die reden vermoedelijk de sterrenbeelden mee bedoeld.

Het ontbinden van de strengen van Orion

Kunt gij de liefelijkheden van het Zevengesternte binden, of de strengen des Orions losmaken? (Job 38:31)

De schrijver van het boek doelt met de strengen van Orion op de sterren van de gordel, Alnitak, Alnilam en Mintaka. In tegenstelling tot de Pleïaden staan de sterren van Orion alleen optisch bij elkaar. Sommigen (Hobrink) gaan uit van de idee, dat met het ontbinden van deze gordel wordt bedoelt dat de sterren zich steeds verder uit elkaar bewegen. Nu is het zo dat niet alleen deze sterren, maar ook verschillende andere sterren zich bewegen vanuit een centrum, waar de Orion-nevel zich bevind. Deze sterren worden 'runaway stars' genoemd en de bekendsten zijn AE Aurigae, 53 Arietis en μ (mu) Columbae. Om deze beweging en dus de verandering van de posities van de sterren in het sterrenbeeld Orion op te merken, zou men als waarnemer miljoenen jaren moeten leven. Tegenwoordig kan men dit doen door middel van computersimulaties.

Volgens Ewald, Renan verwijzen Rahab "de hovaardige helpers" naar Orion

De vraag is dan ook of in deze passage deze eigenbeweging van de sterren wordt bedoeld, wat de hoofdpersoon uit ons verhaal onmogelijk kon weten. Computers waren er toen nog niet en er zijn geen eerdere vermeldingen van wijzigingen van sterposities dan sinds de Almagest van Ptolemaeus ( ~150 n.C.) door de Joden, Grieken en later ook anderen werd herzien. Zelfs als Job nu, 4000 jaar later, nog steeds zou leven, dan zou hij met het blote oog geen verschil zien in de positie van de genoemde sterren

Logischer is dan ook dat we in deze tekst een poëtisch taalgebruik moeten zien en omdat de sterren Alnitak, Alnilam en Mintaka schijnbaar op één lijn staan en daarmee de suggestie wekt dat ze door een 'koord' bijeen worden gehouden.


Orion

Orion


Starlore

In de Babylonische lijsten wordt het sterrenbeeld MULSIPA.ZI.AN.NA, de "hemelse herder", genoemd (John H. Rogers, "Origins of the ancient constellations: I. The Mesopotamian traditions", Journal of the British Astronomical Association 108 (1998) p. 9–28).

In de Rig Vedi wordt Orion Mriga "hert" genoemd (P. V. Holay, "Vedic astronomers". Bulletin of the Astronomical Society of India. 26: p. 91–106).


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!