Melaats
λέπρα G3014 "lepra, melaatsheid, huidziekte", λεπρός G3015 "schilferig, ruw, melaats, lepra lijdend", צָרַע H6879 "leprous, leper", צָרַעַת H6883 "Melaats, Melaatsheid",

Zie ook: Schimmel, Ziekte,

Melaatsheid is een besmettelijke huidziekte die vaak in de Bijbel genoemd wordt.

Inhoud

Bijbel

Volgens de Joodse wet maakte melaatsheid iemand onrein. Na eventuele genezing moest de persoon zich aan de priester vertonen, die zijn genezing bevestigde en hem voor rein verklaarde (Lev. 14:10, 21-22).

Van de volgende personen wordt vermeld dat ze melaats waren: De hand van Mozes (Ex. 4:6), Mirjam (Num. 12:10); Naäman (2 Kon. 5:1ev.); Gechazi (2 Kon. 5:27); 4 melaatsen voor de poort van Samaria (2 Kon. 7:3); koning Azarja (2 Kon. 15:5); koning Uzzia (2 Kron. 26:19); Jezus geneest een melaatse (Luk. 5:12) Jezus geneest 10 melaatsen (Luk. 17:12).


Terminologie

In het Nieuwe Testament wordt het λέπρα G3014 lepra genoemd. In het Oude Testament צָרַעַת H6883 waarmee zowel een ziekte bij een mens (Lev. 13), als een schimmel die huizen aantast (Lev. 14:34-48) wordt bedoeld.


Christendom

De NBV introduceerde het woord "huidvraat" in zijn vertaling.


Identificatie van melaatsheid

Volgens A.S, Peake zou het in Lev. 13:18-20 om de pokken gaan (Peake's commentary on the Bible, p. 247), maar noemt op basis van de andere teksten in dit hoofdstuk dat het ook om lepra kan gaan.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!